Zijn online communities een mogelijke infrastructuur voor organisaties van de toekomst?

connected company

‘The rules of the game in new product development are changing. Many companies have discovered that it takes more than the accepted basics of high quality, low cost, and differentiation to excel in today’s competitive market. It also takes speed and flexibility.’

Het zijn enkele zinnen uit een artikel in Harvard Business Review waarin een duidelijk pleidooi te vinden is voor snellere en flexibele organisatievormen om succesvol te zijn. Dat is natuurlijk weinig baanbrekend, maar het interessante is dat het gaat om een artikel van januari 1986. Ruim dertig jaar later is er eigenlijk weinig veranderd. Nog steeds zoeken we naar de heilige graal om organisaties drastisch te hervormen.

Ook in het boek ‘The Structuring of Organisations’ beschrijft Henry Mintzberg al in 1979 verschillende vormen van organisaties waarbij de vorm een gevolg is van de eisen die door de omgeving aan de organisatie gesteld worden en dat we in toenemende mate behoefte hebben aan snelle en flexibele organisaties. Van machinebureaucratie tot adhocratie.

Waarom lukt het organisaties maar moeizaam om zich te hervormen tot organisaties die nodig zijn voor de complexe uitdagingen van vandaag en morgen? Al decennia komen managementgoeroes met nieuwe modellen waarmee het zou moeten lukken. Van agile organiseren tot holacracy, zelfsturende teams, cyaan organiseren, teams, squads en chapters. Het is inmiddels wel duidelijk dat de cultuur van de organisatie daarbij een grote rol speelt. Maar er mist nog iets anders en dat is volgens mij een nieuwe, andere infrastructuur. En steeds vaker stel ik mijzelf de vraag of online communities (als de nieuwe cooperaties) niet een geschikt uitgangspunt zouden kunnen zijn als basisinfrastructuur voor de organisaties van de toekomst.

De komende tijd ga ik op zoek naar antwoorden op de volgende subvragen:

– waarom bestaan er organisaties?
– wat is een online community?
– welke typen online communities kennen we?
– wat zijn goede voorbeelden van online communities?
– hoe ontwikkel je een succesvolle online community?
– hoe zou je een online community als basisinfrastrcutuur kunnen gebruiken voor (nieuwe) organisaties?

Suggesties, vragen of opmerkingen zijn meer dan welkom in de reacties hieronder!

Waarom bestaan er organisaties?

Een vraag die me al een hele tijd bezig houdt, is de vraag waarom organisaties eigenlijk bestaan. En dan heb ik het niet over de waarom-vraag van Simon Sinek, maar over de ‘simpele’ vraag waarom er uberhaupt organisaties bestaan. Zie ook mijn eerdere blog over dit onderwerp.

Recentelijk kwam ik een hele simpele en ontnuchterende definitie tegen van Bas Bakker die ik sindsdien ook zelf gebruik als antwoord op de vraag waarom organisaties eigenlijk bestaan:

“Organisaties worden opgericht om iets te bereiken. Iets wat je niet in je eentje kan doen. Zoals bijvoorbeeld een waterleiding van 32 kilometer aanleggen. Organisaties zijn handig. Er zijn alleen best wel wat organisaties die niet meer weten waarom ze bestaan of misschien zelfs geen reden om te blijven bestaan. Dat is dan weer niet zo handig. Ik ben wel voor een flexibele vorm van organisaties, die ontstaat als het nodig is en verdwijnt als het niet meer nodig is.”

In publicaties, lezingen en colleges licht ik mijn persoonlijke visie op organisatie-veranderingen vaak toe aan de hand van de ontwikkelingen van de eeuw van mijn vader naar de eeuw van mijn dochters. In voorkomende gevallen met als voorbeeld de ontwikkelingen van Achlum naar Achmea (naar Broodfonds en andere cooperaties).

Het was uiteindelijk Dion Hinchcliffe die mij enkele jaren geleden liet inzien dat online communities wel eens de nieuwe basisinfrastructuur zouden kunnen zijn van nieuwe organisaties:

Wat is een online community?

Eén van de meest invloedrijke publicaties over wat een community psychologisch inhoudt is Psychological Sense of Community van McMillan en Chavis (1986). Zij onderscheiden vier basiseigenschappen die elke community heeft: lidmaatschap, invloed, integratie en vervulling van wensen en behoeftes (gezamenlijk doel) en een gedeelde emotionele band. De manier waarop er deel wordt uitgemaakt van een community was oorspronkelijk plaatsgebonden maar verandert snel met de opkomst van nieuwe transport- en communicatiemiddelen. Met de toename van het gebruik van internet spreken we ook wel van virtuele of online communities.

In het boek ‘Building successful online communities‘ van Kraut en Resnick (2012) geven de auteurs de volgende beschrijving van online communities:

By ‘online communities’ we mean any virtual space where people come together with others to converse, exchange information or other resources, learn, play, or just be with each other. The term applies to many social configurations, from small close-knit groups to sites with millions of participants. Online communities may be supported by a wide variety of technology platforms, from email lists to forums, blogs, wikis, and networking sites. The common feature is ongoing interactions among people over time, with some of the interactions being technology mediated.

Welke typen online communities kennen we?

In aanvulling op de basiseigenschappen van communties, komen Lazar en Preece in 1998 met een classificatieschema voor online communities (pdf) op basis van typerende eigenschappen (attributen), gebruikte software, de mate van binding met de fysieke wereld en de verhouding tussen sociale relaties binnen en buiten de online community.

De meest bekende classificatie van virtuele communities is afkomstig van Hagel en Armstrong (1997). Zij onderscheiden communities naar het doel dat ze dienen, namelijk communities of interest (informatie), communities of fantasy (recreatie), communities of relationships (relatie) en communities of transaction (transactie).

Martin Kloos maakt in zijn thesis Comm.unities.of.prac.tice 2.0 (pdf) gebruik van het schema van Wenger en Snyder uit 2000 waarbij Community of Practice (CoP) wordt vergeleken met andere vormen van een groep mensen die samenwerken:

Tot slot een breder perspectief zoals schetst door Markus in 2002 waarin hij onderscheid maakt in drie vormen van communities gebaseerd op sociale, professionale en zakelijke orientatie:

To be continued

Ondertussen voer ik regelmatig discussies op Twitter over dit onderwerp.

Bronnen:

Voorbeelden:

  • The WELL (de oudste nog bestaande online community van oa Howard Rheingold, vanaf 1985)
  • Ravelry (brei- en haakcommunity, 7 miljoen gergistreerde gebruikers)

Figuur uit De Connected Company van Dave Gray en Thomas Vander Wal

Één reactie op “Zijn online communities een mogelijke infrastructuur voor organisaties van de toekomst?

Geef een reactie