Arbeid in transitie vraagt miljarden voor omscholing en bijscholing

door Marco Derksen op 8 februari 2019

De impact van technologie op arbeid was vorige maand een van de meest besproken onderwerpen tijdens het World Economic Forum 2019 in Davos.

Het is inmiddels wel duidelijk dat de zorg over de vraag of robots en kunstmatige intelligentie ons werk zullen overnemen ongegrond is. We moeten automatisering juist omarmen. Cruciale succesfactor hiervoor is dat er miljarden investeren nodig is voor omscholing (reskilling) en bijscholing (upskilling) aldus denktank DenkWerk deze week in een opiniestuk in het FD.

Uit eigen onderzoek van DenkWerk blijkt dat voor het omarmen van technologie ruim een half miljoen mensen de komende tien jaar een noodzakelijke carrièreswitch zal moeten maken. Daarnaast is voor ruim drie miljoen werkenden een hoger niveau van digitale vaardigheden nodig. Het gaat dus om een scala aan ontwikkeltrajecten op meerdere niveaus. Om dit te realiseren zullen overheid en bedrijfsleven jaarlijks in totaal 6 tot 7 miljard euro moeten investeren.

Het ontstaan, veranderen, en verdwijnen van werk door technologie is van alle tijden. Historisch gezien groeit het aantal banen in ‘nieuwe beroepen’ met 1% per jaar. In het verleden kon de instroom van starters op de arbeidsmarkt zowel vacatures voor nieuwe beroepen vullen, als de werkenden die met pensioen gingen vervangen. Door vergrijzing zet de komende jaren echter de krimp van onze beroepsbevolking in: de instroom op de arbeidsmarkt neemt af, de uitstroom neemt toe. De banen in nieuwe beroepen zullen een relatief grotere aanspraak doen op de instroom. Veel werkenden die met pensioen gaan, moeten worden vervangen door werknemers die elders al een baan of carrière hebben. Om deze mensen te laten doorstromen naar ander werk, moeten we dus actief aansturen op automatisering waar dat kan. In tien jaar zal zo een half miljoen mensen een noodzakelijke carrièreswitch moeten maken.

Automatisering is dus geen bedreiging, maar een noodzakelijk hulpmiddel om capaciteit vrij te maken voor nieuwe beroepen. Dit moet samengaan met forse investeringen in ontwikkeling van vaardigheden, gericht op een overstap van beroep. Omdat een ‘beroep voor het leven’ tot nu toe altijd een realistisch vooruitzicht was, ontbreekt hiervoor in Nederland een goed model. Een carrièreswitch is nu nog te vaak complex of financieel onaantrekkelijk.

De overheid zal moeten investeren in post-initieel onderwijs en het versoepelen van beperkende kwalificatie-eisen. Dit maakt een overstap van beroep makkelijker. Het bedrijfsleven zal op grotere schaal ‘learning on the job’ moeten inbedden, gericht op het opleiden van nieuwe mensen.

Om de potentie van technologie volledig te kunnen benutten, is het cruciaal dat werkgevers een visie ontwikkelen op de vaardigheden die het bedrijf en werknemers in de toekomst nodig hebben. Voor circa de helft van alle beroepen is de komende tien jaar een hoger niveau van digitale vaardigheden nodig. Dat vraagt om een gestructureerde aanpak, gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die passen bij de toekomstige behoeften binnen het beroep. Hiervoor is een verdubbeling van de huidige investeringen in bedrijfsopleidingen nodig.

Investeren in vaardigheden om technologie te omarmen, moet een cruciale bouwsteen zijn in de investeringsagenda van bedrijfsleven en overheid. Om de benodigde miljardeninvestering in perspectief te plaatsen: dit zou slechts 2% van de huidige totale loonsom zijn, terwijl Nederland door personeelstekorten nu jaarlijks €5 mrd tot €10 mrd groei van het BBP misloopt.

Bron: DenkWerk

5 reacties

Beantwoord

Beantwoord

Ha Marco,

Mooi om te zien hoe je bezig blijft in de onderwijswereld.

Als je gaat praten over nieuwe inzichten over leren, dan zou de hele wereld moeten wakker worden, zou je denken. Eerlijk gezegd vind ik het een lastige wereld om te ontdekken wat er speelt: misschien omdat er teveel tegelijk speelt: meer inzicht in hersens, verandering van budgetten voor onderwijs, een leven lang leren, volwassenen onderwijs, etc, etc.

Ik ben daarom benieuwd: hoe past dit in het denken over vernieuwing van onderwijs, waar bijv Claire Boonstra al een paar jaar mee bezig is?

Beantwoord

Daar waar Claire Boonstra (en vele anderen) zich richten op het initiele onderwijs terwijl ik mij vooral richt op het post-initiele onderwijs. Het initiele onderwijs is cruciaal in de basisvorming van ons als mens. Daar waar we nu in het onderwijs vooral onze nieuwsgierigheid, creativiteit en vooral ook plezier lijken af te leren, zijn dat juist aspecten die van belang zijn zodra we volwassen zijn en ons als mens moeten blijven ontwikkelen. Waar ik me nu op richt en waar ook bovenstaande publicaties over gaan is het werken aan de achterstand die er nu is onstaan bij grote groep van de beroepsbevolking. Zelfde visie, andere fase van ontwikkeling mens en daarmee ook andere doelgroep.

Beantwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (635)
Contact