Naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt

door Marco Derksen op 27 februari 2018

Eind vorig jaar stuurde minister Koolmees (SZW) een kamerbrief aan de Tweede Kamer over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de doelen die het kabinet wil bereiken, de voornemens in grote lijnen, de rol van sociale partners hierbij en de planning.

De Nederlandse arbeidsmarkt staat er in veel opzichten goed voor maar is toe aan onderhoud aldus Koolmees. Door ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en globalisering zullen banen veranderen en verdwijnen en komen er andere banen bij. Een indicatie van de mogelijke impact hiervan is dat volgens OESO-onderzoek het werk van 9 procent van de werkenden in Nederland in hoge mate technisch automatiseerbaar is. Dit vraagt wat van werkenden en van de arbeidsmarkt. Gelukkig komen er ook banen bij, zowel binnen bestaande als nieuwe beroepen. Een studie uit de VS (pdf) schat dat per jaar van alle nieuwe banen ongeveer 0,6 procent een nieuw beroep is. Dat lijkt niet veel, maar het betekent dat 25 procent van alle werkenden op dit moment werkt in beroepen die in 1978 nog niet bestonden!

Het is dan ook van groot belang dat mensen voldoende zijn toegerust en over de juiste skills beschikken om duurzaam op de arbeidsmarkt te kunnen deelnemen. Investeringen in scholing/levenlang ontwikkelen en duurzame inzetbaarheid zijn daarbij essentieel. Echter, er is sprake van een aanzienlijk verschil in deelname aan levenlang ontwikkelen. Zo neemt volgens onderzoek van CBS 25 procent van de hoogopgeleiden deel aan levenlang leren ten opzichte van 9 procent bij laagopgeleiden. Ook neemt de deelname af met de leeftijd. Tot slot is er sprake van een harde kern van één op de vijf werkenden die gedurende de loopbaan nog nooit een training of cursus heeft gevolgd.

In de kamerbrief nodigt het kabinet de sociale partners uit om samen in gesprek te gaan over de vraag hoe we ons kunnen voorbereiden op de arbeidsmarkt van morgen. De werkgevers worden daarbij vertegenwoordigd door werkgevers-organisaties zoals de VNO-NCW, MKB-Nederland en FME (de ondernemers-organisatie voor de technologische industrie). De werknemers worden vertegenwoordigd door vakbonden waaronder de FNV, de AOB en het CNV.

Inmiddels zien we de eerste reacties vanuit de markt. In het FD volgden diverse opiniestukken vanuit de opleidings- en ontwikkelfondsen (O&O-organisaties). Er zou veel onbekendheid heersen over de O&O-fondsen, die door de sociale partners zijn opgezet om de scholing voor werknemers te bevorderen. Als organisaties van werkgevers én werknemers zijn de fondsen geworteld in de praktijk aldus Sven Asijee en Doekle Terpstra en zij roepen het kabinet dan ook op om de fondsen een vooraanstaande rol te geven in de ‘Leven Lang Leren’-agenda. Anderen vinden geld en middelen bij O&O-fondsen voor intersectorale mobiliteit juist nog te beperkt en pleiten voor individueel leerbudget. Eerder vorig jaar pleitte de SER al voor een individuele leerrekening of persoonsgebonden budget voor werkenden.

Begin deze maand overhandigde Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, voorzitter van het Team Smart Industry, de Implementatieagenda 2018-2021 (pdf) aan Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Dat gebeurde tijdens het Smart Industry Jaarevent in Bussum. “Het is een versnellingsagenda”, aldus Dezentjé Hamming over het nieuwe driejarenplan. “We willen samen met bedrijven, medewerkers, kennisinstellingen en de overheid een sprint trekken naar de digitale toekomst.”

To be continued

5 reacties

In tegenstelling tot de eerdere berichtgeving van CBS waarin 25 procent van de hoogopgeleiden deelneemt aan levenlang leren ten opzichte van 9 procent bij laagopgeleiden, komt CBS vandaag met cijfers waaruit blijkt dat ruim de helft van de werkenden in Nederland een werkgerelateerde cursus of opleiding volgt. In 2016 volgde 52 % van de werkenden tussen 25 jaar en 65 jaar een (korte) cursus, training of workshop. Het gaat hierbij om alle vormen van bedrijfsopleidingen van werknemers en zelfstandigen buiten het reguliere onderwijs.

Uit de vandaag gepubliceerde cijfers blijkt dat hoogopgeleiden vaker werkgerelateerde cursussen volgen dan lageropgeleiden, 68% tegen 29% van de werkenden in 2016. Vrouwen laten zich iets vaker bijscholen dan mannen, 54% tegen 51%. Oudere werknemers volgen naar verhouding iets minder vaak een opleiding of training dan jongeren.

De voornaamste reden om een cursus te volgen is het beter worden in het werk dat men doet. Ook is vaak een werkgerelateerde opleiding verplicht gesteld bij het uitoefenen van een beroep, zoals in de gezondheidszorg of in de financiële dienstverlening. Verder is het vergroten van carrièrekansen een reden om een bedrijfsmatige opleiding te volgen.

Beantwoord

Beantwoord

Eens met Tineke:

(…) “Ik word zelf vooral wat onrustig over de rol van de sociale partners in de benadering van een leven lang leren; blijft het opleidingsgeld van (veel) werknemers in O&O-fondsen vastzitten, dan is dat niet best voor de individuele keuzevrijheid. Een individuele leerrekening geeft meer ruimte, niet alleen aan werknemers maar ook aan alle andere betrokkenen: zelfstandigen, werkzoekenden, herintreders, net-afgestudeerden. Laten we hopen dat minister Koolmees wijze besluiten neemt.” (…)

Beantwoord

De gehoopte doorbraak rond leven lang leren blijft voorlopig uit. Het kabinet heeft grote ambities, maar niet veel geld aldus mbo-today:

“Al direct aan het begin van het debat gaf minister Koolmees aan dat hij sterk afhankelijk is van de samenwerking met sociale partners. Koolmees gaf volmondig toe dat het kabinet maar een beperkt budget heeft om de gewenste doorbraak rond leven lang leren te realiseren. Hij moet het doen met de € 200 miljoen van de huidige scholingsaftrek. Dit budget wil het kabinet als ‘hefboom’ gebruiken om de vurig gewenste individuele leerrekening te realiseren. Maar een leerrekening zonder budget heeft weinig waarde. Met het huidige budget kan iedere werknemer, zo rekende de minister voor, een voucher krijgen van twintig euro. Koolmees: ‘Er moet nog veel gebeuren om de doorbraak tot stand te brengen.’

Met de beschikbare middelen wil het kabinet in ieder geval meer duidelijkheid scheppen over de vele losse mogelijkheden die al bestaan rond leven lang leren. Het kabinet komt binnenkort met een digitale omgeving (website) waarin alle mogelijkheden op een rij worden gezet. De hoop is dat alle beschikbare middelen, publiek en privaat, uiteindelijk gebundeld gaan worden en via individuele leerrekeningen beschikbaar komen voor werknemers.”

Beantwoord

En verder:

“Al met al gaat het praten over leven lang leren voorlopig door. Het is de hoop van het kabinet om de komende maanden met de sociale partners in de SER tot een ‘skills-akkoord’ te komen. Het slotwoord van Koolmees richting de Kamerleden: ‘We gaan hard aan de slag en nemen uw opmerkingen mee in het overleg met sociale partners.’”

Beantwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (562)
Contact