Digitaal Leiderschap in het onderwijs

De afgelopen drie jaar heeft het AOG School of Management een leiderschapsprogramma verzorgd voor bestuurders van Stichting Carmelcollege. Het programma bestond uit zeven conferenties. Zeven inspirerende bijeenkomsten waarop sprekers uit wetenschap en de praktijk samen met deelnemers van Carmel reflecteerden en elkaar een spiegel voorhielden. Zeven ontmoetingen waarbij op openhartige manier met elkaar het gesprek is gevoerd over verschillende thema’s maar vooral over leiderschap en bestuur in het onderwijs van vandaag en morgen.

Bij het afscheid van Romain Rijk als voorzitter van het College van Bestuur van Carmel eerder dit jaar, heeft AOG School of Management een boek aangeboden met verbonden verhalen opgemaakt uit het leiderschapsprogramma. Het is een prachtig boek geworden dat kan worden gezien als een logboek van de zeven leiderschapsconferenties. Samen met Philip Wagner en Victor Deconinck heb ik een bijdrage mogen leveren aan de zevende en slotconferentie over leiderschap en communicatie (met dank aan Durk Piet de Vries):

Digitaal leiderschap
‘Je moet niet zijn waar de bal is maar waar de bal komt.’ Een citaat van Cruijff dat volgens Philip Wagner een treffende kenschets is van strategisch leiderschap. Het zegt ook zeker iets over de toekomst waar Derksen zich in zijn professie zich mee bezighoudt waarin het ook aan komt op digitaal leiderschap. Die toekomst is echter steeds moeilijker te voorspellen. Nassim Taleb bevestigt dit in zijn publicaties De Zwarte Zwaan en Antifragiliteit. Erop inspelen en je ertoe verhouden, dat is waar het om gaat. Welkom in de nieuwe of genetwerkte samenleving waar digitalisering een fundamentele basis vormt van iedere organisatie.

Een tijd van verbinding
Geert Mak schreef het boek ‘de eeuw van mijn vader’. Het beschrijft de maatschappelijke verandering in de vorige eeuw in Nederland. Een familiaire en lokaal gerichte samenleving gericht op het vervullen van basale behoeften. Verbindingen, contacten en handel maakten het mogelijk om het eenvoudige leven te verbeteren. Industrialisatie kwam daarvoor in de plaats en die zorgde voor grensoverschrijdende massaproductie, de lopende band en opgeschaalde communicatievormen om tastbare producten wijd en zijd aan de man te brengen. De online wereld die ons momenteel zo bezighoudt brengt ons op een bepaalde manier weer terug bij de ‘oergemeenschap’, het ‘noaberschap’ waarmee Mak zijn boek begint. In die zin is het boek een mooie metafoor van de tijd waar we ons nu in bevinden. Net als toen zijn de verbindingen, contacten en netwerken doorslaggevend voor je kwaliteit van leven alleen nu zit het in een andere jas en wordt het ondersteund door technologie. Cruciaal verschil is de schaal waarop: toen lokaal en nu wereldwijd plus de snelheid van interacties is natuurlijk een veelvoud van toen. Met de industrialisatie kwam ook ‘de organisatie’ op als organisatievorm. Door samen te werken in plaats van alles zelf te doen kun je onvoorspelbare kosten minimaliseren. Vervolgens zijn door de opkomst van management, standaardisatie en globalisering organisaties steeds grootschaliger worden.

Mens en technologie
In de jaren ’90 begint de opkomst van internet. Internet maakt één ding geweldig goed mogelijk: rechtstreeks communiceren met klanten. Het was ook de tijd waarin ‘open innovatie’ opkwam zoals dit door prof. Henry Chesbrough geduid; niet in een gesloten, afgebakende omgeving tot vernieuwing komen maar door uitwisseling met de omgeving. Het past ook bij het denken van Josephine Green (ex-Philips) die het heeft over de beweging van ‘pyramids to pancakes’. Oftewel van hiërarchische, topdown structuren naar nieuwe, horizontale en dynamische verbindingen. De leestip hierbij is Society 3.0 van Ronald van den Hoff. Het model waarmee Derksen komt tot zijn begrip van de maatschappelijke verandering is die van de ontwikkeling van een 1.0 samenleving (traditioneel-industrieel) via een 2.0 wereld (online, maar nog steeds gedomineerd door institutionele organisaties) naar een 3.0 netwerkgerichte context waarbij je altijd en overal toegang hebt tot kennis en kennissen. Wat komt er nu aan? Derksens opvatting is dat we op meer vragen gaan stuiten die te maken hebben met de samensmelting van mens en technologie. Bijvoorbeeld door onderhuidse chips. Ook Google Translate heeft een vorm van toepassing waardoor menselijke communicatie op een bepaalde manier versmelt met digitaliteit. Het gebruik van ‘bots’ past ook bij deze ontwikkeling. Zoals ‘Siri’ bij de iPhone helpen bots je door allerlei vragen te stellen. Dat verandert communicatie en samenwerking door technologische bemiddeling. Dat brengt ons ook op het punt van de ethiek. Hoe ver laten we de technologie komen? Dit debat begint nu echt op te komen en dat is goed. De meningen lopen sterk uiteen. Feit is wel dat de technologische ontwikkelingen zich razendsnel voltrekken. We moeten nadenken over de impact van technologie op ons leven en onze moraliteit. Topwetenschappers als Stephen Hawking zijn hier uiterst kritisch over en steken dat niet onder stoelen of banken.

Digitale transformatie
In het denken van Derksen zien we dat organisaties transformeren. Ze passen zich aan en spelen in op de nieuwe ontwikkelingen. Sommigen doen mee, anderen niet. Sommigen slagen, anderen niet. Derksen onderscheidt 3 organisatiestromingen zoals ze zich verhouden tot hun omgeving: de traditionele organisatie (1.0), de online organisatie (2.0) en de netwerkorganisatie (3.0). Hierbij lijkt de essentie de techniek te zijn maar in de kern gaat het om hoe mensen in deze organisaties te werk gaan en hoe ze hun omgeving behandelen. In de reiswereld kunnen we bijvoorbeeld de beweging zien van OAD naar Booking.com en Airbnb. Bij een 3.0 organisatie is het lineaire en 1-dimensionale denken passé. Het gaat erom dat je een platform creëert waarbij iedereen kan participeren als in een ecosysteem. In de organisatie zelf wordt er niet in ‘harkjes’ gedacht maar gaat het om deels wisselende teams die klussen klaren. Er zijn tal van voorbeelden te noemen in dit kader: Buurtzorg, Voys maar ook ING, Eneco en T-Mobile zijn hier druk mee bezig. Bij dit onderscheid gaat het niet om een strikte waterscheiding en een soort volgorde. In de praktijk zie je mengvormen. Daarnaast hebben zowel 1.0 als 2.0 als 3.0 goede elementen die meegenomen kunnen worden. De essentie is dat je je bewust bent dat je te maken hebt met transformatie en dat je nadenkt over wat dat betekent voor je interne organisatie maar vooral hoe je naar je omgeving kijkt. En de notie dat elke transformatie gepaard gaat met overgangsperikelen, verwarring en misverstanden. Dat hoort erbij. Waar eindigt deze ontwikkelslag? Wat komt er na 3.0? Wat komt er na de netwerksamenleving? Zoals eerder beweerd, voorspellen is geen sinecure in deze volatiele tijd. Wat er ook komt Derksen hoop dat de mens meer centraal komt te staan.

Digitale vaardigheden
Is er een nieuwe tweedeling aanstaande? Die van de online capabele mensen en de groep die daartoe niet in staat is? De Universiteit Twente doet daar onderzoek naar (professor Jan van Dijk, tevens één van de kerndocenten van de leergang Leiderschap bij digitale transformaties van AOG School of Management). Van Dijk heeft het over hogere strategische vaardigheden waarmee je online vaardig genoeg kunt zijn. Momenteel scoort 35-40% daarop onvoldoende en dat zijn niet alleen ouderen maar helaas ook jongeren. In de nieuwe netwerksamenleving gaat het naast het hebben digitale vaardigheden in de ogen van Derksen en dr. Michiel Schoemaker (kerndocent van de leergang Talent en Organisatieontwikkeling van AOG School of Management) om 2 kernvragen:

  • wat heb ik een ander te bieden ofwel wat heb ik wat de ander nodig heeft?
  • wat heb ik van een ander nodig ofwel wat heb ik nodig wat een ander heeft?

Hoewel sinds project X de politiek, het openbaar bestuur en de wetgeving zich bewust is geworden van de netwerksamenleving zijn ze nog steeds niet echt goed geëquipeerd op dat wat er online allemaal gaande is. Het wordt beter maar is nog niet op orde.

Slotreflecties van Marco Derksen en prof drs. Philip Wagner
De invloed van digitalisering in het onderwijs is relatief beperkt te noemen hoewel het steeds sterker op de agenda prijkt. De IT-infrastructuur is een punt van aandacht, privacy en ook de snelheid moet op veel plekken nog verbeterd worden. Kijkend naar Carmel dan wordt er geëxperimenteerd met nieuwe vormen van organiseren. Dit soort experimenten zijn interessant. Als concept passen ze erg goed bij de nieuwe netwerksamenleving. Het is bij Carmel ook een periode waarin wordt nagedacht over andere aanpakken, nieuwe routes, er wordt afgetast. Autonomie is daarbij een issue. Veel organisaties worstelen hiermee. Vrijheid en verantwoording: hoe verhouden deze twee zicht tot elkaar? Bij Carmel speelt dit issue ook. IT is daarbij een belangrijke basis die steeds meer draagkracht krijgt. Wordt vaak niet gezien of onderkend maar IT en software zijn belangrijke ‘managers’ geworden in de dagdagelijkse organisatie. Hoe gaat dat naar de toekomst toe? Zoals bij meer bestaande organisaties geldt het volgende ook voor Carmel: wees trots op het verleden en heden maar wees bescheiden over de toekomst. Als grondhouding is dit aanbevelenswaardig omdat het noopt tot scherpte en alertheid. ‘Adaptive learning’ is het motto. Ons leren dient te transformeren richting het vermogen om te kunnen omgaan met onverwachte situaties. Wees erop voorbereid dat het even niet weet en dat je je vooronderstellingen en referentiekaders moet leren bevragen. Carmel kan het verschil blijven maken ten aanzien van kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Voor de IT is het blijvend van belang om dit te ondersteunen. Daarnaast kan technologie helpen om ruimte te creëren voor de menselijke ontmoeting. Het kan nu al maar blijkt o zo moeilijk (leestip: Stoppen van Herman van Gunsteren). Ondanks de voortrazende technologie is het buitengewoon belangrijk om door te bouwen op de zingeving van de eigen organisatie. Het kernproduct onderwijs is belangrijker dan ooit waarbij digitalisering kan ondersteunen om te transformeren want soms blijven bewoners hangen in rekwisieten en zien ze zelf niet meer dat het onderwijshuis uitgewoond is.

Bron: Carmel, Verbonden Verhalen

Geef een reactie