Gisteravond was ik aanwezig bij de vierde bijeenkomst van Leren van Diversiteit & Innovatie, een initiatief van Rik Maes, met dit keer een bijdrage van José van Dijck, universiteitshoogleraar Media en Digitale Samenleving aan de Universiteit Utrecht. Zij sprak over digitale publieke ruimte en digitale soevereiniteit in Europa. De bijeenkomst stond in het teken van de vraag wat de toenemende afhankelijkheid van digitale platforms betekent voor publieke waarden en democratische zeggenschap.
Van Dijck liet zien hoe publieke ruimtes, zoals onderwijs, overheid en het publieke debat, zich steeds vaker verplaatsen naar digitale infrastructuren die in handen zijn van commerciële partijen. Daarmee verschuift ook de regie over waarden als privacy, autonomie en transparantie. Deze waarden zijn niet vanzelfsprekend ingebouwd in de logica van platformbedrijven, wat volgens haar vraagt om bewuste keuzes vanuit publieke instituties.
In haar bijdrage ging Van Dijck in op de machtsconcentratie binnen mondiale platformecosystemen en op de manier waarop deze ecosystemen verschillende lagen van digitale infrastructuur met elkaar verbinden. Voor publieke organisaties betekent dit dat zij vaak niet één losse dienst gebruiken, maar onderdeel worden van een samenhangend systeem, waardoor overstappen lastig is en afhankelijkheden toenemen. Ontwikkelingen als de coronapandemie, de opkomst van generatieve AI en geopolitieke spanningen maken deze afhankelijkheden zichtbaarder en urgenter.
Tegelijkertijd benadrukte Van Dijck dat digitale soevereiniteit niet draait om afsluiting of autarkie, maar om het vermogen bewuste keuzes te maken. Europa beschikt volgens haar over een eigen normatief kader, waarin publieke waarden richtinggevend kunnen zijn voor zowel regulering als innovatie. Initiatieven rond open standaarden, publieke digitale infrastructuur en Europese samenwerking laten zien dat alternatieven mogelijk zijn, mits er voldoende samenhang en regie is.
De avond werd afgesloten met de constatering dat kennis en voorbeelden ruimschoots aanwezig zijn, maar dat het nu vooral aankomt op richting, samenwerking en het vasthouden van gemaakte keuzes. Digitale infrastructuur vormt een belangrijk fundament van de democratische rechtsstaat en vraagt om actieve publieke vormgeving.
Voor geinteresseerden heb ik een verslag van de avond.