Waar Eva Jinek in haar talkshow normaliter de actualiteiten bespreekt, nam zij op 30 december in Het college van 2025 samen met professor Robbert Dijkgraaf de wetenschappelijke hoogtepunten van 2025 door.
Aanleiding vormde een historisch document: een brief van de zeventiende-eeuwse wetenschapper Robert Boyle, die ongeveer 350 jaar geleden een lijst opstelde met wensen voor wat wetenschap ooit mogelijk zou kunnen maken. Volgens Dijkgraaf zijn al deze toen speculatieve ideeën, zoals vliegen, genezen op afstand en continu beschikbaar licht, in een of andere vorm werkelijkheid geworden. Die constatering fungeerde als vertrekpunt voor de centrale vraag van het college: staan we opnieuw op zo’n historisch kantelpunt, en zo ja, wat betekent dat voor onze samenleving?
Dijkgraaf stelt dat 2025 inderdaad kan worden gezien als een nieuw kantelpunt in de geschiedenis. Ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie, biotechnologie, robotica en ruimtevaart versterken elkaar en brengen wetenschap en maatschappij in een andere fase. Hij sprak daarbij metaforisch van een situatie waarin mens en machine “in hetzelfde vaarwater” terecht zijn gekomen. Daarmee doelde hij op het feit dat computers naast rekenkracht steeds beter zijn geworden in taken die lange tijd als typisch menselijk werden beschouwd, zoals taalgebruik, patroonherkenning en het genereren van beelden en teksten.
Om dit inzichtelijk te maken legde hij uit hoe AI-systemen functioneerden. In analogie met het menselijk brein bestaan zij uit netwerken van verbindingen die worden versterkt of verzwakt door training en ervaring. Waar mensen leren door levenservaring, leren AI-systemen op basis van grote hoeveelheden data. Deze data zijn grotendeels door mensen zelf geproduceerd: teksten, foto’s, video’s en gesprekken die via internet beschikbaar zijn gekomen. Dijkgraaf illustreerde dit met het beeld dat een mens, als die al dit materiaal zelf zou moeten lezen en verwerken, daar tienduizenden jaren over zou doen. Computers kunnen dergelijke hoeveelheden informatie in relatief korte tijd analyseren, zij het met een zeer grote inzet van rekenkracht en energie.
Een belangrijk deel van het college ging over toepassingen in de gezondheidszorg. Dijkgraaf beschreef hoe AI-systemen al worden ingezet in ziekenhuizen, bijvoorbeeld bij radiologie. In specifieke gevallen blijkt de combinatie van een arts en een AI-systeem net iets beter te presteren dan twee artsen samen, doordat afwijkingen sneller of consistenter worden herkend. Ook bevolkingsonderzoeken, zoals die naar borstkanker, kunnen efficiënter wanneer computers grote aantallen scans voorselecteren en mogelijke afwijkingen markeren. Daarnaast kan AI het ontwikkelen van medicijnen versnellen. Dit proces is traditioneel kostbaar en kent een hoog faalpercentage: meer dan negentig procent van de pogingen leidt niet tot een bruikbaar medicijn. Door met algoritmen moleculaire structuren te voorspellen kan het zoekproces worden verkort. Dijkgraaf verwees hierbij naar AlphaFold, een algoritme dat de driedimensionale structuur van eiwitten voorspelt en waarvoor de betrokken wetenschappers een Nobelprijs ontvingen.
Tegelijkertijd besteedde het college expliciet aandacht aan de schaduwkanten van deze ontwikkeling. Een terugkerend thema was energiegebruik. De datacenters die nodig zijn om grote AI-modellen te trainen en te laten functioneren, verbruiken zeer veel elektriciteit. Dijkgraaf vergeleek de orde van grootte van het mondiale energieverbruik van AI met dat van een land ter grootte van Duitsland, terwijl het menselijk brein zelf functioneert op een minimale hoeveelheid energie, beeldend samengevat als “ongeveer een banaan per dag”. Deze vergelijking maakt duidelijk dat technologische vooruitgang nieuwe ecologische en economische vragen opriep, die niet vanzelf worden opgelost door verdere innovatie.
Ook de internationale machtsverhoudingen kwamen uitgebreid aan bod. Volgens Dijkgraaf loopt Europa achter op landen als China en de Verenigde Staten in strategische sleuteltechnologieën. China investeert grootschalig in wetenschap en technologie en neemt in veel onderzoeksgebieden een leidende positie in. Dat is volgens hem niet alleen relevant vanuit concurrentieoogpunt, maar ook omdat technologie nooit waardenvrij is. De manier waarop AI en andere systemen worden ontwikkeld en ingezet, weerspiegelt politieke en maatschappelijke keuzes. Wie invloed wil uitoefenen op die keuzes, kan dat niet uitsluitend overlaten aan anderen en moet zelf investeren en sturen.
Het college raakte daarnaast aan bredere maatschappelijke en ethische vragen. Wat gebeurt er met menselijke vaardigheden wanneer steeds meer denk- en schrijfwerk wordt uitbesteed aan digitale systemen? Dijkgraaf verwees naar onderzoek dat suggereert dat mensen die intensief met AI schrijven of redeneren hun eigen cognitieve inspanning verminderen. Hij vergeleek dit met eerdere technologische ontwikkelingen: net zoals de auto ervoor had gezorgd dat mensen minder gingen lopen en nieuwe gezondheidsproblemen had geïntroduceerd, kan ook AI het denken verarmen als er niet bewust mee wordt omgegaan.
Aan het slot van het college keerde het gesprek terug naar Boyle en diens verlanglijst. Eva Jinek en Robbert Dijkgraaf nodigden het publiek uit om zelf na te denken over wensen voor de toekomst. Dijkgraaf noemde daarbij grote doelen, zoals het voorkomen en genezen van ziekten, goed onderwijs voor iedereen en een manier om technologische vooruitgang in harmonie te brengen met de aarde en het klimaat. Hij benadrukte dat wetenschap uiteindelijk begint bij twee menselijke vermogens die machines niet zelfstandig bezitten: verbeeldingskracht en nieuwsgierigheid.
De belangrijkste conclusie van Het college van 2025 is dat wetenschap en technologie zich in hoog tempo ontwikkelen en reële mogelijkheden bieden om grote problemen aan te pakken, vooral in de zorg en kennisontwikkeling. Tegelijk liet de uitzending zien dat deze vooruitgang niet automatisch leidt tot een betere samenleving. Vragen over energiegebruik, ongelijkheid, macht, waarden en menselijk functioneren blijven open en vragen om bewuste keuzes. Het college bood daarmee geen sluitend toekomstbeeld, maar vooral een uitnodiging tot publiek debat: niet alleen over wat technologisch mogelijk is, maar ook over wat wenselijk wordt geacht.
Die uitnodiging hebben ze ook concreet vorm gegeven door de oproep van Eva Jinek en Robbert Dijkgraaf om eigen “dromenlijstjes” te delen. De reacties op LinkedIn laten een breed maatschappelijk verlanglijstje zien dat nauw aansluit bij de thema’s van het college.
Veel mensen richtten zich op gezondheid, met wensen voor het voorkomen en genezen van ziekten zoals Alzheimer, Parkinson en artrose, en voor een verschuiving naar geneeskunde vóór ziekte. Daarmee wordt niet alleen klassieke preventie bedoeld, maar vooral vroege en persoonlijke signalering, ondersteund door data en AI, zodat ernstige aandoeningen kunnen worden voorkomen in plaats van pas laat en zwaar behandeld. Daarnaast vragen veel respondenten om inclusie en gelijkwaardigheid, met toegankelijke zorg, werk en digitale systemen voor iedereen, en gelijke waardering van mensen met een beperking. Technologie en AI worden in de reacties zelden afgewezen, maar vrijwel altijd verbonden aan voorwaarden, zoals energie zonder schaarste, een moreel kompas, democratische controle en het voorkomen van nieuwe ongelijkheid. Op bestuurlijk niveau klinkt een sterk verlangen naar nabij bestuur, herstel van vertrouwen en een economie die niet draait om maximale groei, maar om gezondheid, tijd en relaties. Gezamenlijk onderstrepen deze reacties de kernboodschap van het college: technologische vooruitgang krijgt pas betekenis wanneer zij bewust wordt ingebed in maatschappelijke waarden en wanneer de vraag “wat kan?” structureel wordt verbonden met de vraag “waartoe en voor wie?”.
Ik ben Het college van 2025 overigens gaan kijken naar aanleiding van de stevige kritiek van filosoof Jan Bransen, die het optreden van Robbert Dijkgraaf typeerde als naïef en reductionistisch, met name waar het ging om uitspraken dat mens en AI “in hetzelfde vaarwater” zouden zitten en dat er sprake zou zijn van een “kunstmatig brein”.
De kritiek van Bransen is deels terecht. De gebruikte metaforen kunnen zo worden opgevat dat menselijke ervaring, begrip en morele betrokkenheid samenvallen met statistische simulatie, wat uiteraard niet het geval is. Ook kreeg de sociale en morele complexiteit van menselijk samenleven in het college inderdaad minder aandacht dan de technologische mogelijkheden. Tegelijkertijd schiet de kritiek tekort wanneer Bransen het college neerzet als ondoordacht techno-optimisme. Dijkgraaf sprak nadrukkelijk als bèta-wetenschapper over functionele prestaties en wetenschappelijke toepassingen, niet over bewustzijn of mens-zijn, en benoemde expliciet risico’s zoals energiegebruik, machtsconcentratie en het mogelijke verlies van menselijke denkkracht. Het college was daarmee wat mij betreft een toegankelijke en inhoudelijk serieuze bijdrage aan het publieke gesprek over AI. De kritiek onderstreept vooral de noodzaak om technologische vooruitgang niet alleen natuurwetenschappelijk, maar ook filosofisch, sociaal en ethisch te blijven duiden.
Ik zie dan ook een vervolg van dit college voor me, maar dan met filosofen en ethici. Jij ook, Eva?
5 reacties
Dank voor deze samenvatting en beschouwing Marco. Ik lees jouw beschouwingen met toenemend plezier. Volledig eens met je conclusie. Naast filosofen en ethici zou m.i. een levensbeschouwelijke/ theologische beschouwing en blik in de toekomst zeker thuis horen. Zie het boek ‘Genesis’ van Kissinger & Schmidt, waarin AI de spil vormt bij het heruitvinden van religie en progressie idealen.
Dank, goed om te horen en ook dank voor de tip!
Ik ben benieuwd wat je van mij nieuwe boek gaat vinden: kleur verkennen, dat gaat over hoe verschillende bewustzijnsniveaus omgaan met complexiteit (inhoudelijke, sociale en morele complexiteit) en met elkaar. Wat nodig is om verschillen te erkennen en productief te maken.
Wat is de link met het college van 2025?
Zie eerdere bericht van Aaltje Vincent op LinkedIn:
https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7403361644476747776/