Jelleke de Nooy van Tol: De kantelpunten van de transformatie zijn nabij

door Marco Derksen op 7 maart 2024

In een recente aflevering van de podcast “Op zoek naar het nieuwe verhaal“, gaat Cees van Lotringen in gesprek met Jelleke de Nooy van Tol, een expert op het gebied van duurzame transitie.

De Nooy van Tol wordt beschouwd als een pionier in de overgang naar een duurzamere samenleving door haar werk met boeren en wetenschappers in Nederland en haar ervaringen in ontwikkelingslanden.

Ze bespreken de transitie naar ecologische landbouw, de opkomst van voedselbossen, en een algemene verschuiving naar een ecologisch tijdperk. Belangrijke thema’s zijn de rol van de overheid in het ondersteunen van deze transities, het belang van burgerberaden, en de collectieve aanpak om huidige uitdagingen te overwinnen. De Nooy van Tol deelt haar optimisme dat door samenwerking een duurzamere samenleving mogelijk is. Daarbij noemt ze ook het belang van vrouwelijke eigenschappen voor samenwerking en het overbruggen van efficiëntie, met een focus op gemeenschapsontwikkeling en lokale initiatieven.

Verder verwijst ze naar belangrijke denkers en concepten in het veld van maatschappelijke transities. Malcolm Gladwell’s ideeën over het kantelpunt, Everett Rogers’ innovatiecurve, het werk van Rotmans en Loorbach over systeemveranderingen, en Ken Wilber’s model voor multidimensionale groei en verandering worden aangehaald. Deze concepten helpen bij het begrijpen van de dynamiek van maatschappelijke veranderingen en de rol die individuen en gemeenschappen kunnen spelen in het vormgeven van een duurzame toekomst.

De podcast is wat mij betreft een mooie verbinding tussen theorie en praktijk en nodigt luisteraars uit om actief bij te dragen aan het creëren van een nieuw verhaal voor een duurzamere toekomst. Het benadrukt de noodzaak van nieuwe samenwerkingsvormen en organisatiemodellen om de uitdagingen van onze tijd aan te gaan.

Een overzicht van de denkers en concepten die worden genoemd in de podcast:

The Tipping Point van Malcolm Gladwell

Het boek “The Tipping Point” van Malcolm Gladwell (2000) belicht drie aspecten die cruciaal zijn voor het bereiken van het tipping point of kantelpunt in sociale veranderingen:

  • De wet van de weinigen: Gladwell benadrukt dat een klein aantal mensen (Connectors, Mavens en Salesmen) een disproportioneel grote invloed heeft op de verspreiding van een idee of trend.
  • De plakfactor: Dit concept beschrijft hoe bepaalde boodschappen of ideeën memorabel en aantrekkelijk gemaakt worden, zodat ze “blijven plakken” en een grote kans hebben om door te dringen in het bewustzijn van een groot publiek.
  • De kracht van context: De omstandigheden en de omgeving waarin een idee wordt gepresenteerd, spelen een belangrijke rol in de verspreiding ervan. Kleine aanpassingen in de context kunnen een groot effect hebben op het bereiken van het tipping point.

Gladwell illustreert zijn theorieën met diverse voorbeelden en case studies, zoals de verspreiding van ziektes, de populariteit van schoenenmerken, en criminaliteitsgolven in steden, om te demonstreren hoe het tipping point mechanisme werkt in verschillende domeinen. Hij benadrukt dat het succes van een idee, product of beweging vaak afhankelijk is van de onvoorspelbare en vaak onzichtbare krachten achter deze drie elementen, in plaats van alleen op de intrinsieke waarde of kwaliteit van het idee zelf.

Alhoewel De Nooy van Tol in de podcast aangeeft dat volgens Gladwell het tipping point bij 17-20 procent zou liggen, benoemt hij voor zover ik weet dit niet expliciet in het boek. Volgens Gladwell is het vooral een samenspel van factoren en actoren die samenwerken in specifieke contexten.

Diffusion of Innovations

De Nooy van Tol verwijst ook naar de curve van Rogers, een model dat werd ontwikkeld door Everett Rogers in zijn boek “Diffusion of Innovations” (1962). Het beschrijft hoe een nieuw idee, product of technologie in de loop van de tijd door een samenleving of sociale groep wordt overgenomen. De curve illustreert het adoptieproces van innovaties door verschillende categorieën adopters. De curve van Rogers deelt de adopters van innovaties in vijf categorieën in, gebaseerd op hun bereidheid om nieuwe technologieën of ideeën te adopteren:

  • Innovators (2,5%): Dit zijn de eerste individuen die een nieuwe innovatie adopteren. Ze zijn bereid risico’s te nemen en zijn vaak sociaal geïsoleerd van een gemiddelde sociale groep.
  • Early adopters (13,5%): Deze groep staat net na de innovators en zij zijn invloedrijk binnen hun sociale systemen. Ze helpen vaak de mening van latere adopters te vormen.
  • Early majority (34%): Deze groep adopteert een innovatie iets eerder dan het gemiddelde individu. Ze nemen doorgaans de tijd om een innovatie te overwegen voordat ze deze volledig omarmen.
  • Late majority (34%): Deze individuen adopteren een innovatie nadat de meerderheid van de samenleving dit heeft gedaan. Ze zijn vaak sceptisch en adopteren pas uit economische noodzaak of door sociale druk.
  • Laggards (16%): De laatste groep om een nieuwe innovatie te adopteren. Ze zijn vaak gericht op tradities en kunnen sceptisch staan tegenover veranderingen en innovaties.

De curve van Rogers biedt inzicht in hoe verschillende groepen binnen een organisatie of maatschappij mogelijk reageren op nieuwe ontwikkelingen. Het helpt bij het plannen van communicatie en adoptiestrategieën om een brede acceptatie van nieuwe initiatieven te bevorderen. Begrip van deze curve kan leiders helpen bij het identificeren van potentiële ambassadeurs voor verandering (zoals de early adopters) en het ontwikkelen van tactieken om weerstand tegen verandering te overwinnen.

Gladwell bouwt voort op Rogers’ theorie om te verklaren hoe ideeën, producten, berichten en gedragingen zich verspreiden binnen een maatschappij of tussen groepen mensen, vergelijkbaar met de verspreiding van een virus. Hij gebruikt Rogers’ ideeën over de adoptiecategorieën – innovators, early adopters, early majority, late majority, en laggards – om te illustreren hoe bepaalde sleutelfiguren, die hij identificeert als Connectors, Mavens en Salesmen, invloed hebben op de snelheid en reikwijdte van de verspreiding van nieuwe ideeën en trends.

Gladwell’s focus ligt op het identificeren van de momenten waarop sociale veranderingen zich voordoen en wat ze teweegbrengen, terwijl Rogers zich meer concentreert op het proces van adoptie over de tijd. Beide auteurs benadrukken het belang van sociale netwerken en de rol van individuen binnen deze netwerken bij de verspreiding van nieuwe ideeën of producten.

Duurzaamheidtransities

Het werk van Jan Rotmans en Derk Loorbach rond duurzaamheidstransities via DRIFT en het concept van transition management legt de nadruk op het proces van structurele verandering binnen maatschappelijke systemen. Hoewel het concept van een kantelpunt (tipping point) centraal staat in hun onderzoek, is de benadering van Rotmans en Loorbach meer gericht op de voorwaarden en processen die nodig zijn om een systeemtransitie mogelijk te maken dan op het identificeren van een specifiek moment waarop een kantelpunt is bereikt.

In de context van transition management en duurzaamheidstransities, wordt een kantelpunt gezien als het moment waarop een systeem overgaat van de ene stabiele staat naar een andere. Dit wordt vaak voorafgegaan door een periode van opbouwende druk door veranderingen in economische, ecologische, sociale, en technologische factoren. Het specifieke ‘wanneer’ van het bereiken van een kantelpunt kan echter moeilijk te voorspellen zijn, omdat het afhangt van de dynamiek en interacties binnen en tussen verschillende systeemniveaus (micro, meso, macro).

Rotmans en Loorbach benadrukken verschillende sleutelstrategieën en principes om het proces richting een kantelpunt te sturen:

  • Visievorming en toekomstverkenning: Het ontwikkelen van gedeelde visies op duurzame toekomsten als leidraad voor het transitieproces.
  • Experimenten en niche-innovaties: Het stimuleren en opschalen van innovatieve praktijken, technologieën en ideeën die kunnen dienen als katalysator voor systeemverandering.
  • Netwerkvorming en stakeholderbetrokkenheid: Het opbouwen van brede netwerken van actoren die samenwerken om de transitie te ondersteunen en te versnellen.
  • Leren en aanpassen: Het faciliteren van leerprocessen om inzichten uit experimenten en praktijken te integreren en het transitieproces continu aan te passen.

Transition management biedt een raamwerk om deze processen te begeleiden, met als doel niet alleen het bereiken van een kantelpunt, maar ook het ondersteunen van een duurzame transitie naar een nieuw systeemevenwicht. Dit houdt in dat er actief wordt gewerkt aan het creëren van voorwaarden die innovaties bevorderen, barrières voor verandering wegnemen, en een breed draagvlak voor transformatie ontwikkelen. Het concept van een kantelpunt in het werk van Rotmans en Loorbach is dus meer een geleidelijk en gestuurd proces dan een plotselinge verschuiving.

Change

Alhoewel De Nooy van Tol het boek “Change: How to Make Big Things Happen” (2021) van Damon Centola niet noemt in de podcast, wil ik het hier toch graag benoemen omdat het goed beschrijft hoe ideeën en gedrag zich verspreiden binnen gemeenschappen en organisaties. Centola, een socioloog en ingenieur, duikt met het boek in de dynamiek van netwerken en de rol die deze spelen bij het stimuleren van verandering.

Centola’s onderzoek onderscheidt zich door de focus op de structuur van sociale netwerken en hoe deze invloed heeft op de verspreiding van nieuw gedrag of ideeën. Hij daagt traditionele opvattingen uit, zoals het idee dat simpele virale verspreiding in grote, wijdverspreide netwerken de meest effectieve manier is om verandering te bewerkstelligen. In plaats daarvan argumenteert hij dat de vorming van ‘complexe netwerken’, die dichtere en strategisch geplaatste connecties bevatten, cruciaal is voor het initiëren van substantiële en blijvende veranderingen.

Een van de kernpunten in “Change” is ook het tipping point in sociale netwerken. Centola stelt dat voor het bereiken van een tipping point in sociale verandering, het niet noodzakelijk is dat een meerderheid van mensen een nieuw idee of gedrag aanneemt. In plaats daarvan kan een relatief kleine, maar diep verbonden en strategisch geplaatste groep individuen binnen een netwerk voldoende zijn om wijdverbreide verandering teweeg te brengen.

Het boek biedt praktische inzichten voor het ontwerpen van campagnes voor sociale verandering, beleidsinitiatieven en innovatiestrategieën, en is bijzonder relevant voor leiders en beleidsmakers die streven naar effectieve verandering in hun organisaties of maatschappelijke systemen.

Centola biedt een nieuw raamwerk voor het begrijpen van hoe verandering tot stand komt, gebaseerd op de ‘infrastructuur van aanstekelijkheid’. Dit omvat inzichten in complexe aanstekelijkheid, het belang van brede bruggen in netwerken voor de verspreiding van nieuwe ideeën, en het creëren van relevantie door sociale bewijzen en legitimiteit.

Een van de meest opvallende inzichten uit Centola’s werk is het idee dat wanneer 25% van een groep een nieuw gedrag adopteert, dit voldoende kan zijn om een kantelpunt te creëren dat de hele groep naar een nieuwe norm beweegt. Dit onderstreept het belang van gerichte interventies die zich richten op sleutelnetwerken en de vorming van ondersteunende sociale structuren.

Dit sluit aan bij Rotmans die benadrukt dat systemische veranderingen niet bij de helft van de betrokkenen beginnen, maar al bij een kwart. Moet eerlijk zeggen dat 20-25 procent vaak wordt genoemd, maar dat ik nog weinig wetenschappelijke onderbouwing hiervoor heb kunnen vinden. Als iemand die wel heeft, dan hoor ik het graag!

Netwerken met energie

Iik het boek “Netwerken met energie” van Eelke Wielinga en Sjoerd Robijn sluit aan op het werk van Malcolm Gladwell, Everett Rogers, Jan Rotmans, Damon Centola, en anderen door de nadruk te leggen op het belang van netwerken, sociale verbindingen, en de verspreiding van innovaties in het realiseren van maatschappelijke verandering. Het focust op het praktische aspect van het bouwen en benutten van netwerken voor specifieke doeleinden, zoals de energietransitie. Het benadrukt de noodzaak van een nieuwe manier van organiseren en samenwerken die over sectoren heen reikt, en hoe netwerken kunnen dienen als krachtige platforms voor collectieve actie en innovatie.

Herman Wijffels benadrukt hoe het boek zowel de diepe, onderliggende veranderingen in onze perceptie van elkaar en de wereld adresseert, als praktische methoden biedt om met deze uitdagingen om te gaan. De transitie van ego-bewustzijn naar eco-bewustzijn, zoals Otto Scharmer dat in zijn Theory-U beschrijft, vormt de kern van deze verschuiving, waarbij het boek fungeert als een gids voor het activeren en richten van de collectieve energie en creativiteit die nodig is voor duurzame verandering.

De benadering van netwerken als levende organismen biedt een dynamisch perspectief op samenwerking en verandering, een perspectief dat erkent dat verandering niet top-down kan worden opgelegd, maar moet groeien uit de interacties en relaties tussen individuen en groepen. Deze visie op netwerken biedt een wetenschappelijk onderbouwd begrip van de ‘energie’ die mensen binnen deze netwerken ervaren, en hoe deze energie kan worden aangewend en gestuurd om concrete, positieve veranderingen in de maatschappij te realiseren.

De transformatieve overheid

Het onderzoek van Rik Braams en zijn proefschrift, getiteld “The Transformative Government, a new tradition for the civil service in the area of sustainability transitions”, evenals de publieksversie daarvan in ‘De Transformatieve Overheid‘, bieden waardevolle inzichten voor ambtenaren en overheidsprofessionals die betrokken zijn bij transities binnen publieke organisaties. Deze werken erkennen de complexiteit en uitdagingen van het bevorderen van duurzaamheidstransities binnen de overheid en bieden concrete handvatten om deze processen te versnellen.

De kracht van gemeenschappen

Het Duurzame Dinsdag Trendrapport benadrukt belangrijke ontwikkelingen en verschuivingen in hoe maatschappelijke initiatieven vorm krijgen en evolueren in reactie op de uitdagingen van duurzaamheid en transities in onze samenleving. De vier onderscheiden categorieën geven inzicht in de onderliggende dynamiek en bieden een rijke bron van inspiratie voor iedereen die betrokken is bij het bevorderen van duurzame verandering. Hieronder volgt een analyse en interpretatie van deze trends:

De kracht van gemeenschappen
De toenemende waardering voor gemeenschappen onderstreept de rol van collectieve actie en lokale betrokkenheid bij het aanpakken van duurzaamheidsvraagstukken. Dit wijst op een verschuiving van individuele naar gemeenschappelijke benaderingen, waarbij de focus ligt op het bouwen aan veerkrachtige, zelfvoorzienende gemeenschappen. Dergelijke initiatieven bieden niet alleen oplossingen voor lokale problemen, maar versterken ook het sociale weefsel en de onderlinge verbondenheid.

Zoeken naar nieuwe organisatievormen
De transitie naar duurzaamheid vereist nieuwe manieren van organiseren die flexibeler, inclusiever en meer gedecentraliseerd zijn. De afkeer van bureaucratie en de drang naar directe invloed en participatie duiden op een zoektocht naar structuren die beter aansluiten bij de dynamiek en complexiteit van hedendaagse uitdagingen. Dit omvat experimenten met burgerfora, coöperatieve modellen en andere vormen van collectieve besluitvorming.

Groeiend bewustzijn van onderlinge verbondenheid
Het besef dat we onderdeel zijn van een groter geheel – met mensen, natuur en ecosystemen – wordt steeds sterker. Dit bewustzijn drijft initiatieven die zich richten op klimaatrechtvaardigheid, eerlijke verdeling en het beschermen van natuurlijke en sociale systemen. Het erkent dat duurzame verandering niet alleen een ecologische of economische kwestie is, maar ook diep verbonden is met sociale rechtvaardigheid en welzijn.

Inhoudelijke stappen op transitielijnen
De veelheid aan initiatieven en de samenwerking met grotere bedrijven wijzen op een rijping van de transitielijnen. Er is sprake van een meer geïntegreerde aanpak, waarbij duurzame principes worden ingebed in verschillende sectoren en praktijken. Deze trend toont de groeiende erkenning van de noodzaak om samen te werken over de grenzen van sectoren en disciplines heen om effectieve en holistische oplossingen voor duurzaamheidsuitdagingen te realiseren.

De trends geïdentificeerd in het Duurzame Dinsdag Trendrapport 2023 resoneren met bredere bewegingen in de samenleving naar meer duurzaamheid, inclusiviteit en participatie. Ze bieden een waardevol kader voor het begrijpen van de richtingen waarin duurzame innovatie zich ontwikkelt en hoe individuen, gemeenschappen en organisaties kunnen bijdragen aan de noodzakelijke transities voor een duurzame toekomst.

Wellicht ben ik nog denkers of concepten vergeten die zijn genoemd in de podcast, maar de verwijzingen hebben mij in ieder geval geinspireerd om weer eens alles op een rijtje te zetten. Dank Cees en Jelleke voor een mooi gesprek!

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (967)
Contact