Ambidexteriteit: Innoveren én optimaliseren in samenhang

door Marco Derksen op 27 oktober 2020

Innoveren en optimaliseren zijn beide van belang voor het presteren van publieke organisaties. Optimaliseren is belangrijk om de effectiviteit en efficiency van bestaande publieke diensten te verbeteren. En innoveren is nodig als optimaliseren niet langer voldoende is om de huidige of de toekomstige kwaliteit van publieke diensten te verbeteren of te waarborgen. Deze processen verschillen echter en stellen andere eisen aan de organisatie en medewerkers. Hoe je omgaat met de spanning tussen beide processen om het presteren van publieke organisaties – in casu de waterschappen – te verbeteren was onderwerp van het promotieonderzoek van Hanneke Gieske aan de Erasmus Universtiteit van Rotterdam.

Innoveren en optimaliseren moeten elkaar versterken. Maar in de praktijk blijkt dat waterschappen vooral goed zijn in optimaliseren. Wanneer ze innoveren en optimaliseren weten te combineren, presteren waterschappen beter blijkt uit het onderzoek van Hanneke Gieske, destijds strategisch adviseur bij het hoogheemraadschap van Delfland, tegenwoordig adviseur innovatief vermogen bij Rijkswaterstaat.

Toen Gieske startte met haar onderzoek, merkte ze dat de waterschappen worstelden met de vraag hoe om te gaan met innoveren. ‘Binnen mijn eigen waterschap bijvoorbeeld, werden de innovatieve oplossingen die binnen het innovatieprogramma met de gemeenten werden bedacht maar moeizaam geïmplementeerd. In de praktijk zijn organisaties, managers en medewerkers voortdurend bezig hun werk beter te doen, om beter te presteren. Zo worden bijvoorbeeld Lean-methoden gebruikt om werkprocessen zo efficiënt mogelijk te maken en prestatie-indicatoren bedacht om presteren meetbaar te maken. Ook is er druk vanuit besturen om de kosten te verlagen. Maar een te sterke focus op presteren kan ervoor zorgen dat er vooral aandacht is voor optimaliseren, en te weinig voor innoveren.’ aldus Gieske in een interview met Het Waterschap.

Waterschappen zijn vooral goed in het optimaliseren, zegt ook Gieskes promotor Arwin van Buuren, bijzonder hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit. ‘Daadwerkelijk innoveren is lastiger. Dat is ook wel te begrijpen. De aard van hun taak maakt dat ze risico’s zo veel mogelijk willen vermijden en dat ze vooral werk maken van doelmatigheid.’

‘Bij waterschappen die innoveren meer hebben ingebed in het reguliere werk, gaat dat beter,’ vult Gieske aan. ‘Deze waterschappen kijken meer naar het creëren van maatschappelijke waarde, en hebben in hun strategie, beleid en cultuur meer aandacht voor zowel innoveren als optimaliseren.’ Van Buuren: ‘Volgens mij wordt dat laatste steeds meer gemeengoed bij de waterschappen, zeker ook nu nieuwe opgaven aan belang winnen. Dat betekent dat ze niet meer toe kunnen met hun traditionele repertoire en dus werk moeten maken van hun vermogen om te vernieuwen.’

Uit het onderzoek van Gieske komt naar voren dat verbinden, ambidextrie (‘tweebenigheid’) en leren van belang zijn om in samenhang te innoveren en optimaliseren. ‘Dat geldt op individueel, organisatie- en netwerkniveau. Leren op organisatie-niveau is belangrijk voor innoveren, verbinden voor optimaliseren. Op netwerkniveau is ambidextrie – een netwerk met zowel bestaande als nieuwe partijen – belangrijk, en vooral ook leren. Dat is voor zowel optimaliseren als innoveren belangrijk, maar meer voor innoveren. Op individueel niveau draagt verbinden bij aan innoveren en optimaliseren.’

Waterschappen die behendig zijn in innoveren en optimaliseren presteren beter, gaat Gieske verder. ‘In mijn onderzoek heb ik een aantal handvatten geformuleerd om die twee te combineren. Die handvatten zijn terug te vinden in een publieksversie van mijn onderzoek. Die heb ik geschreven zodat waterschappers er specifiek voor hun eigen organisatie mee aan de slag kunnen.’

‘Wat ik het meest intrigerend vond,’ zegt Van Buuren, ‘is de uitkomst dat de weinig innovatieve waterschappen echt anders zijn georganiseerd dan de sterk innovatieve waterschappen. Er zijn duidelijk verschillen in de wijze waarop het innovatiebeleid is vormgegeven, de wijze waarop gestuurd wordt en met name ook hoe het continu verbeteren (het optimaliseren) verbonden wordt aan het meer “radicaal” innoveren. Er valt dus echt wat te leren van de waterschappen die in een “hogere league” spelen. Juist door inzichtelijk te maken welke organisatorische aspecten aanwezig zijn bij de meer innovatieve waterschappen, biedt Gieske een handelingsperspectief waarmee waterschappen zich kunnen ontwikkelen.’

Bronnen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (845)
Contact