Productiviteitsontwikkeling in de vierde industriële revolutie


Deze week begonnen met het boek ‘De winnaarseconomie: Uitdagingen en kansen van de digitale revolutie‘ van Koen De Leus. In het eerste hoofdstuk schetst De Leus de context van de huidige technologische ontwikkelingen met als belangrijkste conclusies:

  • De wereldeconomie groeide amper tot 1700. Sindsdien volgden drie industriele revoluties elkaar op, waardoor de levensstandaard spectaculair toenam. Vandaag staan we aan de vooravond van de vierde industriële revolutie.
  • De huidige golf van technologische innovaties heeft drie belangrijke kenmerken. Om te beginnen evolueert de technologie razendsnel, waardoor de kosten van nieuwe technologieën exponentieel dalen. Daarnaast zijn de nieuwe ontwikkelingen digitaal en niet meer analoog. De evolutie van analoog naar digitaal brengt in eerste instantie grote kosten met zich mee, maar de reproductiekosten van digitale goederen zijn na die initiele investeringen nihil.
  • De eerste twee industriële revoluties zorgden ervoor dat we niet langer afhankelijk waren van de spierkracht van mens en dier. De derde en vierde revolutie resulteren in een ongekende toename van ons mentale vermogen.
  • In vergelijking met de vorige industriële revoluties valt er in de statistieken amper een productiviteitsverbetering te bespeuren. Pessimisten stellen dat de huidige ontwikkelingen niet dezelfde impact hebben als de stoommachine of elektriciteit. Optimisten verkondigen dat de technologische vernieuwingen en producten vandaag vooral meerwaarde bieden voor de consument en minder voor de producent. De huidige innovatiegolf zorgt dus vooral voor betere producten, al zijn die kwaliteitsverbeteringen niet altijd terug te vinden in de statistieken. Daarnaast mogen we niet vergeten dat ook in het verleden er een aanzienlijke vertraging was tussen de verschillende uitvindingen en de productiviteitsstijging die daaruit voortvloeide.

Voor de Nederlandse context verwijs ik naar het economische verkenningsrapport De Wereld van Overmorgen dat Rabobank afgelopen jaar publiceerde. In het rapport schetsen de auteurs vijf belangrijke ontwikkelingen of megatrends die de wereld van overmorgen zullen vormen: demografie, duurzaamheid, geopolitiek, innovatie en economie. Eén van de grote vraagtekens is daarbij wat innovatie doet met de economie en de maatschappij. Of het nu de volgende industriële revolutie is waar we in zitten, of een verdergaand, evolutionair proces van vooruitgang, innovatie zorgt ervoor dat de maatschappij verandert. Ook in dit rapport aandacht voor de al dan niet vermeende productiviteitsontwikkeling (zie bovenstaande figuur waarin de productiviteitsontwikkeling in Nederland is weergegeven).

Zowel De Leus als de auteurs van het verkeningsrapport van Rabobank, baseren zich vooral op het werk van Robert Gordon (2016) en Carlota Perez (2009):

Geef een reactie