Op 22 februari 2026 publiceerden James Van Geelen van Citrini Research en AI-ondernemer Alap Shah het essay The 2028 Global Intelligence Crisis. Het stuk is geschreven als een fictieve terugblik vanuit juni 2028 en is nadrukkelijk bedoeld als gedachte-experiment. De centrale vraag is wat er gebeurt als kunstmatige intelligentie (AI) sneller en effectiever doorbreekt dan verwacht. Het essay ging viraal op sociale media en werd opgepikt door onder meer Bloomberg, Financial Times en CNBC, wat leidde tot stevige discussies in financiële en technologische kringen.
De kern van het betoog is dat de snelle en brede inzet van geavanceerde AI-systemen vooral kenniswerkers (white-collar workers) raakt. Wanneer bedrijven AI inzetten ter vervanging van personeel, dalen de loonkosten en stijgt de productiviteit. Tegelijkertijd verliezen veel kenniswerkers hun baan of zien zij hun inkomen dalen. Omdat juist deze inkomensgroepen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de consumptieve bestedingen, in de VS is de top 10% goed voor meer dan de helft van de uitgaven, ontstaat volgens de auteurs het risico op een zichzelf versterkende vraaguitval.
Het essay beschrijft een negatieve terugkoppeling: AI verhoogt de efficiëntie, bedrijven reduceren personeel, inkomens dalen, consumptie neemt af en andere bedrijven reageren opnieuw met kostenbesparingen via AI. Deze ‘intelligence displacement spiral’ kan volgens het scenario doorwerken in private credit, softwarebedrijven en uiteindelijk in de hypotheekmarkt van technologie-intensieve regio’s. In het geschetste 2028-beeld loopt de werkloosheid op tot ruim 10% en staat de S&P 500-index bijna 40% onder de eerdere piek.
Sinds de publicatie van het essay zijn voorbeelden van AI-gedreven marktimpact zichtbaar geworden. Zo daalde IBM met circa 13% na de aankondiging van een AI-tool voor COBOL-automatisering en stonden cybersecurity- en softwareaandelen onder druk na aankondigingen van nieuwe toepassingen. Deze gebeurtenissen illustreren hoe gevoelig beurskoersen zijn voor AI-ontwikkelingen. Tegelijkertijd wijzen andere analisten op het aanpassingsvermogen van bedrijven, zoals een mogelijke verschuiving van seat-based, betalen per gebruiker, naar outcome-based, resultaatgebaseerde, prijsmodellen en de sterke positie van cloudproviders die juist profiteren van AI-investeringen.
Parallel aan dit debat verschenen eerder ook andere virale bijdragen, zoals Something Big Is Happening van Matt Shumer, waarin wordt betoogd dat AI-capaciteiten sneller toenemen dan veel organisaties beseffen. In bredere discussies wordt duidelijk dat de uiteindelijke impact niet alleen afhankelijk is van technologische mogelijkheden, maar ook van organisatorische keuzes en governance.
Zo mis ik in de huidige discussie het perspectief dat AI weliswaar bijdraagt aan automatisering en besluitvorming, maar dat keuzes en verantwoordelijkheden bij de mens blijven. Modellen kunnen optimaliseren, maar niet bepalen welke waarden prioriteit krijgen of wie verantwoordelijkheid draagt wanneer uitkomsten ongewenst blijken. Naarmate code overvloediger wordt, verschuift de schaarste van technische uitvoering naar oordeelsvermogen. Leiderschap verschuift daarmee van implementatie naar kaderstelling: het expliciet maken van aannames, het systematisch valideren van uitkomsten en het zichtbaar dragen van verantwoordelijkheid.
Het risico dat het essay schetst, is dus niet alleen economisch, maar ook bestuurlijk. Hoe sneller besluitvorming wordt geautomatiseerd, hoe groter de noodzaak van een duidelijke probleemdefinitie, toezicht en legitimiteit. De impact van AI is daarmee niet alleen technologisch, maar mede afhankelijk van institutionele volwassenheid.
De belangrijkste conclusie blijft dat een snelle transitie naar overvloedige machine-intelligentie spanning kan veroorzaken tussen productiviteit en inkomensverdeling. De auteurs suggereren dat beleidsmakers tijdig moeten nadenken over herverdelings-mechanismen en nieuwe institutionele kaders. Of het geschetste scenario zich daadwerkelijk in deze vorm zal voltrekken, is onzeker. Het essay functioneert vooral als stresstest voor bestaande aannames over arbeid, consumptie, financiële stabiliteit en bestuurlijke verantwoordelijkheid in een economie waarin intelligentie niet langer schaars is. Waar ik wel van schrik, is hoe heftig de beurskoersen reageren op een essay dat viraal gaat.
2 reacties
Dalende koersen door vrees dat AI hele bedrijfstakken wegvaagt: ‘Eerst verkopen, dan nadenken’
https://www.volkskrant.nl/economie/dalende-koersen-door-vrees-dat-ai-hele-bedrijfstakken-wegvaagt-eerst-verkopen-dan-nadenken~b7af3621/
De directe aanleiding is de snelle verbetering van zogeheten agentic AI, met name Claude Code van Anthropic. Dit model kan software bouwen op basis van tekstinstructies, wat beleggers doet twijfelen aan de toekomst van softwarebedrijven die leven van abonnementen, consultancy of intermediaire functies. Softwareaandelen daalden scherp: Booking.com verloor circa 25% beurswaarde, IBM bijna 20%, en meerdere Amerikaanse softwarebedrijven gingen hard onderuit. Opvallend is dat de bredere markt relatief stabiel bleef. Het is dus geen systeemcrisis, maar een sectorspecifieke schok.
Via Richard werd ik ook gewezen op de website:
https://2028crisis.com
Deed me beetje denken aan:
https://ai-2027.com