Waar oorlog traditioneel werd geassocieerd met fysieke slagvelden, verplaatst een deel van de strategische competitie zich steeds nadrukkelijker naar het domein van perceptie, interpretatie en besluitvorming. Digitale netwerken, sociale media en kunstmatige intelligentie maken het mogelijk op grote schaal informatie te verspreiden, emoties te activeren en de publieke opinie te beïnvloeden.
Binnen dit veranderende veiligheids-landschap spreekt men van cognitieve oorlogsvoering of cognitive warfare: een vorm van conflict die zich richt op het menselijk denken als strategisch aangrijpingspunt. Deze vorm van beïnvloeding vindt vaak plaats onder de drempel van gewapend conflict en maakt deel uit van wat ook wel de ‘gray zone’ wordt genoemd.
Cognitieve oorlogsvoering kan worden omschreven als het doelgericht beïnvloeden, verstoren of beschermen van menselijke waarneming, oordeelsvorming en gedrag om strategisch voordeel te behalen. Het gaat niet alleen om wat mensen denken, maar vooral om hoe zij informatie verwerken, betekenis geven aan gebeurtenissen en beslissingen nemen. Volgens de NAVO wordt dit aangeduid als de strijd om ‘cognitive superiority’: het vermogen om beter te begrijpen, te anticiperen en te handelen dan een tegenstander. In deze benadering is het brein zowel doelwit als middel. Cognitieve oorlogsvoering kan zowel offensief worden ingezet om een tegenstander te beïnvloeden als defensief om de eigen samenleving en instituties weerbaarder te maken.
In conceptuele modellen wordt cognitieve oorlogsvoering doorgaans geplaatst binnen het bredere kader van hybride oorlogsvoering. Zij staat daarin niet los van andere vormen van beïnvloeding, maar overlapt met informatieoorlog en cyberoorlog. Informatieoorlog richt zich primair op de verspreiding en controle van informatie, bijvoorbeeld via media of communicatiekanalen. Cyberoorlog heeft betrekking op digitale systemen en infrastructuur. Cognitieve oorlogsvoering onderscheidt zich doordat zij uiteindelijk het menselijk denkvermogen als einddoel heeft. Digitale aanvallen of mediacampagnes zijn in dat perspectief middelen; de beoogde impact ligt bij perceptie, interpretatie en besluitvorming.
De kern van cognitieve oorlogsvoering ligt op drie niveaus van beïnvloeding:
- Op biologisch niveau kunnen factoren zoals stress of informatieoverbelasting het beoordelingsvermogen aantasten.
- Op psychologisch niveau spelen framing, emotionele prikkels en cognitieve vertekeningen een rol.
- Op sociaal niveau draait het om vertrouwen, identiteit en institutionele legitimiteit.
Door deze niveaus te combineren kan informatie bijdragen aan verdeeldheid, twijfel vergroten of steun voor beleid verzwakken, afhankelijk van context en tegenkrachten.
Concrete voorbeelden illustreren hoe dit kan werken. Voorafgaand aan en tijdens de Russische invasie van Oekraïne werden uiteenlopende narratieven verspreid via sociale media en staatskanalen om verwarring te zaaien over de oorzaken en verantwoordelijkheden van het conflict. In 2022 rapporteerde het Japanse National Institute for Defense Studies dat Taiwan in één jaar meer dan 1,4 miljard cyberaanvallen te verwerken kreeg. Niet alle cyberaanvallen zijn vormen van cognitieve oorlogsvoering, maar zij maken vaak deel uit van bredere hybride strategieën waarin digitale verstoring en informatie-beïnvloeding samenkomen. Onderzoek van de Universiteit van Göteborg laat zien dat Taiwan al tien jaar het land is dat het meest wordt blootgesteld aan buitenlandse desinformatie. Ook in westerse contexten zijn beïnvloedingscampagnes gedocumenteerd waarbij nepaccounts en gerichte berichtgeving werden ingezet om de publieke opinie te sturen.
Technologische ontwikkelingen vergroten het bereik en de precisie van dergelijke operaties. Kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk doelgroepen te segmenteren, boodschappen te personaliseren en de verspreiding te automatiseren. Tegelijkertijd vervagen de grenzen tussen militaire en civiele doelwitten. Cognitieve oorlogsvoering richt zich niet alleen op militairen of besluitvormers, maar ook op burgers, media en maatschappelijke organisaties. Daarmee raakt zij direct aan democratische waarden zoals vrije meningsvorming en open debat.
Cognitieve oorlogsvoering is overigens geen nieuw fenomeen. Propaganda en psychologische beïnvloeding bestaan al eeuwen. Wat verandert, is de schaal en technologische verfijning. Digitale netwerken creëren een permanente informatieomgeving waarin percepties voortdurend worden gevormd en herzien. De effecten zijn vaak moeilijk meetbaar en zelden lineair; interventies kunnen bijdragen aan bredere maatschappelijke verschuivingen, maar ook beperkt effect sorteren.
De centrale conclusie is dat cognitieve processen een belangrijke rol spelen in moderne strategische competitie. Wie erin slaagt het interpretatiekader van een publiek of tegenstander te beïnvloeden, kan afhankelijk van de context bijdragen aan politieke of militaire uitkomsten zonder fysiek geweld toe te passen. Tegelijkertijd ontstaan spanningen. Beschermingsmaatregelen kunnen botsen met openheid en vrijheid. Het onderscheid tussen defensieve bescherming en offensieve beïnvloeding is niet altijd scherp.
De vraag is wat dit betekent voor staten, instituties en burgers. Investeren in kennis is noodzakelijk, evenals het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en het ontwikkelen van duidelijke ethische kaders voor het gebruik van technologie. Het beschermen van het denkvermogen van burgers vereist zorgvuldige afwegingen tussen veiligheid en vrijheid.
Het recent gepubliceerde NATO Chief Scientist Research Report on Cognitive Warfare stelt dat cognitieve oorlogsvoering zich niet beperkt tot beïnvloeding, maar drie samenhangende functies omvat:
- het degraderen van de cognitieve vermogens van tegenstanders,
- het verbeteren van eigen menselijke en technologische cognitieve capaciteiten en
- het versterken van weerbaarheid om cognitieve dreigingen te weerstaan en ervan te herstellen.
Daarmee bevestigt het rapport dat cognitieve oorlogsvoering zowel een militair als een maatschappelijk vraagstuk is en dat wetenschap en technologie een centrale rol spelen in het begrijpen en beheersen van dit domein.
Cognitieve oorlogsvoering maakt zichtbaar hoe kwetsbaar moderne samenlevingen kunnen zijn in hun informatievoorziening. De uitdaging is niet alleen technisch of militair, maar ook normatief en politiek. De strijd om beïnvloeding van denken is daarmee niet alleen een kwestie van strategie, maar ook van waarden en democratische beginselen.
Bronnen
- NATO Chief Scientist. (2025). Cognitive warfare: NATO Chief Scientist research report. NATO Science & Technology Organization.
- NATO Allied Command Transformation. (2023). Cognitive warfare: Strengthening and defending the mind.
- Giordano, J. (2026). Cognitive warfare 2026: NATO’s Chief Scientist report as sentinel call for operational readiness. Strategic Insights.
2 reacties
De link(s) naar navo.int werkt voor de rapporten werkt bij mij niet (Cloudflare block). Deze wel voor de eerste: https://www.nato.int/content/dam/nato/webready/documents/sto/chief-scientist-report-cognitive-warfare.pdf
Heb je VPN aan staan?