Wat als ‘simpel’ weer het ontwerpprincipe wordt?

door Marco Derksen op 26 januari 2026

Samen met Jaap Peters, Harold van Garderen, Ingmar Kappers en Onno-Hans Noteboom zit ik in een soort van denktank waarin we nadenken over simpel organiseren. Vanavond wees Jaap mij op een briljant transformatief idee dat Fiat recentelijk naar buiten heeft gebracht: het technisch begrenzen van de maximumsnelheid van stadsauto’s op exact 118 kilometer per uur. Soms is een idee zo simpel dat je je afvraagt waarom het niet veel eerder serieus is overwogen.

Autofabrikanten bouwen vandaag auto’s die moeiteloos 180 tot 220 kilometer per uur kunnen rijden, terwijl zulke snelheden in Europa vrijwel nergens zijn toegestaan. Het dwingt fabrikanten voertuigen te ontwerpen die ook bij extreem hoge snelheden stabiel, controleerbaar en veilig blijven. Juist dat vraagt om zware constructies, krachtige motoren, complexe software en een uitgebreid pakket verplichte rijhulpsystemen. Die combinatie maakt auto’s duur, vooral in het segment van kleine stadsauto’s die ooit bedoeld waren als instap in mobiliteit. Volgens schattingen uit de sector gaat het hierbij al snel om enkele duizenden euro’s per auto aan extra hardware-, software- en ontwikkelkosten, een verschil dat in dit segment direct bepalend is voor de betaalbaarheid.

Fiat stelt nu voor om die ontwerpkeuze om te draaien. Door de topsnelheid van stadsauto’s bewust te begrenzen op circa 118 kilometer per uur, een waarde die aansluit bij de geldende maximumsnelheden in veel Europese landen, kan een deel van die technische complexiteit vervallen. In Nederland zou zo’n auto overdag alle snelwegen mogen gebruiken, waar de limiet 100 kilometer per uur is, en ook ’s avonds grotendeels meekomen. De directe impact op reistijd en doorstroming is daarmee beperkt, terwijl de ontwerpvrijheid voor eenvoud toeneemt.

Al decennialang accepteren we dat auto’s structureel meer kunnen dan wettelijk is toegestaan. Die overcapaciteit is genormaliseerd als vrijheid of prestatie, terwijl zij tegelijkertijd de kosten en complexiteit van het hele systeem opdrijft. Europese veiligheidsregels, bedoeld om het aantal verkeersdoden terug te dringen, versterken dit effect. Ze verplichten geavanceerde rijhulpsystemen in alle nieuwe auto’s, ongeacht hun feitelijke gebruik. En zoals gezegd, juist bij kleine auto’s drukken die eisen zwaar op de prijs.

Het begrenzen van topsnelheid is een mooi voorbeeld van anders denken over ontwerp, veiligheid en betaalbaarheid. Wat dit idee vooral laat zien, is hoe vanzelfsprekend bepaalde ontwerpkeuzes zijn geworden zonder dat ze nog expliciet worden bevraagd. De kracht van de 118 km/u-grens zit niet alleen in de snelheid zelf, maar in de vraag die zij oproept: wat is in mobiliteit genoeg? In die zin paste het voorstel naadloos bij het onderwerp van vanavond over simpel organiseren. In dit geval door opnieuw te kijken of al die complexiteit wel echt nodig is en daadwerkelijk waarde toevoegt.

Zolang we systemen ontwerpen op wat maximaal mogelijk is, worden ze onnodig complex; ontwerpen op wat genoeg is opent ruimte voor eenvoud, betaalbaarheid en toegang.

Dank voor de leestip Jaap!

1 reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1355)
Contact