De bibliotheek in het AI-tijdperk: van weten naar begrijpen

door Marco Derksen op 4 januari 2026

De opkomst van generatieve AI verandert niet alleen hoe mensen informatie vinden, maar ook wat informatie in de samenleving betekent. Waar technologie lange tijd hielp bij het zoeken en ordenen van bronnen, leveren AI-systemen nu steeds vaker direct antwoorden. Daarmee verschuift de controle over de informatieketen naar een klein aantal technologiebedrijven. Zoals Ronald Capelle recentelijk in De AI-noodklok beschrijft, bouwen deze partijen hun systemen op enorme hoeveelheden bestaande content, terwijl publieke instellingen steeds minder grip hebben op zichtbaarheid, kwaliteit en wederkerigheid.

De vraag wie bepaalt wat als basis voor kennis geldt, is altijd al verbonden geweest met macht en technologie. In Van hofbibliotheek tot Google gaf ik al aan dat die zeggenschap in het verleden bij hofbibliotheken, kerkelijke autoriteiten, universiteiten, staten of uitgevers lag; vandaag ligt zij in toenemende mate bij platforms en algoritmische systemen die bepalen wat zichtbaar, vindbaar en als relevant wordt gepresenteerd. Het AI-tijdperk vormt daarmee geen breuk met het verleden, maar een nieuwe fase in een langer patroon van verschuivende kennisregimes. Bibliotheken hebben zich steeds opnieuw tot zulke verschuivingen moeten verhouden.

Tegen deze achtergrond raakt AI wel aan een fundamentelere vraag: wat is kennis nog waard als systemen meer informatie kunnen verwerken dan mensen? AI blinkt uit in het combineren en statistisch verwerken van grote hoeveelheden gegevens en het genereren van overtuigende output.

Maar, zoals Matthieu Weggeman betoogt, weten is niet hetzelfde als begrijpen. Wat AI voortbrengt, blijft informatie: resultaten van berekeningen op basis van bestaande data. Begrip ontstaat pas wanneer informatie door mensen wordt verbonden met ervaring, context, vaardigheden en oordeelsvermogen. Begrijpen is daarmee een menselijk vermogen dat richting geeft aan handelen en verantwoordelijkheid.

Juist hier kruisen de ontwikkeling van AI en de maatschappelijke opdracht van de bibliotheek elkaar. Historisch gezien waren bibliotheken niet alleen plekken van toegang, maar ook van selectie, duiding en betekenisgeving. Door digitalisering, bezuinigingen en de dominantie van commerciële platforms is die rol verzwakt, terwijl de afhankelijkheid van onzichtbare algoritmische processen juist is toegenomen.

Generatieve AI versnelt deze ontwikkeling. Als antwoorden direct worden gepresenteerd, verdwijnt het zicht op bronnen, context en belangen. Informatie kan betrouwbaar klinken zonder dat duidelijk is waarop zij is gebaseerd. Daardoor wordt begrijpen belangrijker dan ooit. Het onderscheid tussen data, informatie en kennis wordt opnieuw bepalend voor hoe mensen beslissingen nemen, vertrouwen opbouwen en deelnemen aan het maatschappelijk leven.

In dit spanningsveld ligt een hernieuwde opdracht voor bibliotheken. Niet als autoriteit die vaststelt wat kennis is, maar als publieke institutie die burgers helpt informatie te duiden in een door AI gevormde omgeving. Waar het onderwijs werkt binnen formele leerdoelen en curricula, en media informatie duiden vanuit redactionele en actuele logica, onderscheiden bibliotheken zich door hun open en niet-commerciële karakter.

Als bibliotheken zich beperken tot toegang alleen, verliezen zij verder aan betekenis. Als zij begrijpen centraal durven stellen, als vaardigheid, als publieke waarde en als kern van hun opdracht, kunnen zij opnieuw een dragende rol spelen in de informatiesamenleving. Door mensen te helpen beter te begrijpen wat informatie is, waar zij vandaan komt en hoe zij haar verantwoord kunnen gebruiken.

Bronnen:

7 reacties

“Too big to know, rethinking knowledge: Now that the facts aren’t the facts, experts are everywhere and the smartest person in the room is the room”
https://toobigtoknow.com/

lijkt me een boek dat van belang is bij deze discussie.Al is het uit 2011.

Beantwoord

Dank voor deze leestip Roeland; heb alvast een korte samenvatting van het boek maar ga het zeker ook lezen:

In Too Big to Know beschrijft David Weinberger hoe onze opvatting van kennis verandert door het internet. Waar kennis vroeger werd gezien als een overzichtelijk geheel van vastgelegde feiten, zorgvuldig geselecteerd door experts en instituties, laat Weinberger zien dat kennis nu steeds vaker ontstaat in netwerken van mensen, data en ideeën. De wereld is volgens hem te complex en te omvangrijk geworden om volledig te kunnen worden samengevat in boeken, encyclopedieën of andere afgeronde systemen.

Digitalisering heeft de traditionele grenzen van kennis opengebroken. Feiten zijn ruimschoots beschikbaar, maar verliezen hun rol als stevig fundament voor overeenstemming, omdat ze voortdurend worden aangevuld, betwist en opnieuw geïnterpreteerd. Expertise verdwijnt daarbij niet, maar verandert van karakter. In plaats van kennis die rust op individuele autoriteit, ontstaat begrip steeds vaker door samenwerking en onderlinge verbinding. Weinberger vat dit samen met het idee dat niet één persoon, maar het netwerk als geheel het meeste inzicht biedt.

Binnen die verschuiving krijgen ook bibliotheken een andere betekenis. Weinberger beschrijft hoe zij zich ontwikkelen van instellingen die vooral selecteren en bewaren, naar plekken die helpen bij het vinden, duiden en verbinden van informatie. In een omgeving van overvloedige kennis worden bibliotheken knooppunten die context bieden, betrouwbaarheid ondersteunen en mensen helpen om hun weg te vinden in een open en veranderlijk informatiesysteem. Daarmee blijven zij publieke kennisinstellingen, maar met een minder afgebakende en meer relationele rol.

Het boek benadrukt dat deze nieuwe vorm van kennis onvermijdelijk meer onzekerheid met zich meebrengt. Meer informatie leidt niet automatisch tot meer consensus of betere besluiten. De centrale vraag wordt daarom hoe we netwerken zo kunnen inrichten dat ze leren, corrigeren en verantwoordelijkheid mogelijk maken. Too Big to Know is geen afscheid van feiten of expertise, maar een uitnodiging om kennis te begrijpen als iets dat voortdurend in beweging is en alleen betekenis krijgt binnen verbanden en context.

Beantwoord

In het kort het fundamentele verschil tussen data, informatie en kennis:

Data zijn losse feiten, signalen of tekens, al dan niet gestructureerd vastgelegd, zonder betekenis op zichzelf.

Informatie ontstaat wanneer die data worden geordend, geïnterpreteerd en in context geplaatst, door mensen of door systemen.

Kennis is geen bezit, maar een menselijk vermogen dat ontstaat wanneer informatie wordt verbonden met ervaring, vaardigheden, attitude en oordeelsvermogen, en richting geeft aan handelen en verantwoordelijkheid.

AI kan data verwerken en informatie genereren, maar bezit zelf geen kennis of begrip.

Beantwoord

Profielfoto
Els van de Kar op schreef:

In de eerstejaars colleges Informatiemanagement die ik gaf voeg ik daar ook de dimensie wijsheid aan toe. Het DIKW-model (Data → Information → Knowledge → Wisdom):
Data:
– Ruwe facts en figures zonder diepere betekenis
Informatie:
– Data omgezet in een betekenisvolle vorm door context
Kennis:
– Resultaten uit ervaring en opleiding
– De door een entiteit verzamelde informatie en de mogelijkheid om aanvullende informatie te vinden
Wijsheid:
– Morele afwegingen en lange termijn denken

Zie ook Ackoff, R. (1989). From data to wisdom. Journal of Applied Systems Analysis, 16, 3-9.

Beantwoord

Beantwoord

Mooi< Marco!
"Too big to know" was z'n tijd vooruit,
Ik wist niet wat ermee aan moest.
Ik wens je een Mooi, Nieuw Jaar!

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1314)
Contact