Op initiatief van het ministerie van Economische Zaken heeft een groep ondernemers, onderzoekers en beleidsdenkers een Nationaal AI Deltaplan opgesteld, bedoeld als strategisch kader voor de Nederlandse AI-positie.
Volgens de auteurs loopt Nederland achter in de ontwikkeling en toepassing van AI, terwijl andere landen al jaren investeren in rekenkracht, talent, bedrijven en publieke AI-infrastructuur. De overheid waarschuwt dat Nederland afhankelijk dreigt te worden van buitenlandse technologie, met mogelijke gevolgen voor het verdienvermogen, de publieke dienstverlening en democratische processen. Meer dan zestig experts uit bedrijfsleven, wetenschap, overheid en maatschappelijke organisaties leverden input; de uiteindelijke tekst is geschreven door een compact kernteam met wortels in het AI-innovatiedomein.
Het Deltaplan draait om drie pijlers:
- De eerste is het opbouwen van een nationale AI-infrastructuur: rekenkracht, datacenters, energievoorziening, soepelere vergunningstrajecten en nauwere Europese samenwerking.
- De tweede richt zich op adoptie: onderwijs, overheid en bedrijfsleven moeten AI beter begrijpen en toepassen, met investeringen in vaardigheden, toegepast onderzoek en verantwoorde implementatie.
- De derde pijler is het versterken van het AI-ecosysteem, met maatregelen voor talentontwikkeling, durfkapitaal, regelgeving en internationale partnerschappen.
Daarnaast bevat het plan voorstellen voor maatschappelijke inbedding, zoals burgerdialogen, monitoring via een Nationaal AI Impact Instituut en jaarlijkse beleidsafstemming.
De belangrijkste conclusie is dat Nederland snel moet investeren om economisch en technologisch relevant te blijven. Het plan schetst een route waarin infrastructuur, innovatie en versnelling centraal staan, gericht op het versterken van autonomie, verdienvermogen en weerbaarheid.
Tegelijkertijd is het plan geschreven vanuit een relatief smal perspectief, waarin AI vooral wordt geschetst als motor voor groei, productiviteit en concurrentiekracht. Fundamentele vragen over eigenaarschap, democratische controle, sociale ongelijkheid, arbeids-verhoudingen en publieke waarden blijven onderbelicht. Burgers worden vooral gezien als doelgroep die moet worden geschoold en betrokken, maar niet als mede-eigenaren van de systemen die hun leven mede vorm gaan geven. Ook blijft onduidelijk hoe publieke investeringen moeten leiden tot publieke zeggenschap, of hoe machtsconcentratie bij grote techbedrijven kan worden doorbroken.
De recente Nieuwsuur-uitzending met Karen Hao onderstreept waarom deze blinde vlek problematisch is. Wat voor veel mensen voelt als technologische magie is gebouwd op complexe en vaak onzichtbare menselijke arbeid, onder meer door data-labelers en contentmoderators in lagelonenlanden. Deze ketens van menselijk werk en de daarmee verbonden sociale en ethische kosten blijven in het Deltaplan vrijwel onbesproken. De nadruk op infrastructuur en concurrentiekracht laat weinig ruimte voor een bredere discussie over wie profiteert, wie de risico’s draagt en hoe publieke waarden blijvend kunnen worden beschermd.
Het Nationaal AI Deltaplan is daarmee vooral een economisch-technologisch plan. Om werkelijk nationaal te zijn, vraagt het wat mij betreft om aanvullende perspectieven: wie heeft eigenaarschap, wie heeft zeggenschap, wie wordt beschermd en wie bepaalt de koers? Pas als deze vragen centraal staan, ontstaat een inclusieve strategie die recht doet aan de volledige maatschappelijke impact van AI.
Met dank ook aan de terecht kritische reflecties van Laurens Vreekamp en Martijn Arets op LinkedIn.
6 reacties
Vandaag is ook de AI-investeringsagenda van AIC4NL gepresenteerd. De agenda herhaalt het dominante verhaal: bouw meer rekenkracht, trek talent aan en zet AI in als motor voor economische groei. https://aic4nl.nl/over-ons/position-paper/
Fijn en sterk geformuleerd. Dank voor de mention.
Felienne Hermans plaatst het AI-Deltaplan in een bredere cultuur van hoe bèta’s en informatici denken. Ze beschrijft hoe de status van “nerds” de afgelopen decennia sterk is veranderd, van een randgroep tot de mensen die met hun algoritmes bepalen wat we lezen, luisteren en doen. Vanuit die machtspositie ontstaat een manier van kijken waarbij technisch moeilijke dingen het meest waardevol worden gevonden. Net als glaciologen die vooral erkenning krijgen door extreme tochten naar hoge bergen, richten techneuten zich op het bouwen van het bijna onmogelijke: zelfrijdende auto’s, enorme AI-fabrieken en robotsystemen.
Vanuit dat perspectief is het Deltaplan goed te verklaren. Het straalt uit dat “moeilijk beter is”. Oplossingen die vooral sociaal, historisch of politiek van aard zijn, zoals beter openbaar vervoer, minder afhankelijk worden van Amerikaanse software of duidelijke afspraken over woningbouw, krijgen weinig aandacht omdat ze niet technisch spannend zijn en geen heldenverhaal opleveren. Regels worden gezien als vervelende obstakels en niet als bescherming van burgers. Daardoor kijken de schrijvers van het plan weinig naar de bredere context, zoals de geschiedenis van mobiliteit, de invloed van grote lobbygroepen, de schaal van Nederland of de werkelijke oorzaken van de woningcrisis.
Hermans waarschuwt dat deze technologische tunnelvisie leidt tot beleid dat spectaculaire technologie nastreeft maar de echte problemen niet oplost. De vraag “wat als het lukt?” is op zich terecht, maar dan moet je ook nadenken over de gevolgen. Zelfrijdende auto’s zonder goed openbaar vervoer of razendsnel huizen bouwen zonder afspraken over ruimte en natuur kunnen juist bestaande ongelijkheid verder vergroten. Het Deltaplan belooft oplossingen, maar vergeet de vragen die je alleen ziet als je bereid bent om buiten de technische logica te kijken.
Zie ook haar LinkedIn-bericht:
https://www.linkedin.com/posts/felienne_ik-kreeg-van-allerhande-kanten-de-vraag-wat-activity-7399050186054082560-76Hy
Deze week kwam ook een nieuwe deepdive-studie van Invest-NL in samenwerking met ROM Nederland uit:
https://www.invest-nl.nl/nl/kennis-en-publicaties/ai-deep-dive-strategic-investing-in-the-age-of-intelligence
Nederland kan én hoeft niet te concurreren met de Verenigde Staten en China in de wedloop om steeds grotere en duurdere AI-taalmodellen, en moet die aanpak ook niet willen kopiëren. Het onderzoek laat zien dat Nederland vooral sterk staat in die onderdelen van de AI-keten waar kwalitatieve data, energiezuinige technologie, betrouwbare infrastructuur en specialistische kennis bepalend zijn.
De techsector presenteerde deze week een reeks plannen met ideeën, waaronder een groot nationaal investeringsplan, hoe Nederland kan meedoen aan de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI). „In Nederland blinken we uit in niches.”
https://www.nrc.nl/nieuws/2025/11/28/druk-op-politiek-groeit-kan-een-nationaal-plan-nederland-helpen-in-de-ai-race-a4913832