Geen zorgtsunami, wel een stille verschuiving in de ouderenzorg

door Marco Derksen op 15 november 2025

De verwachte explosie aan ouderenzorg blijft uit las ik dit weekend in de Volkskrant. Dat zou natuurlijk geweldig zijn, als het klopt. De werkelijkheid ligt toch wat genuanceerder, maar biedt wat mij betreft wél de kans om de komende jaren te werken aan een duurzame herinrichting van de ouderenzorg.

Samen bouwen aan een inclusieve samenleving (Foto: WijZijn)

Volgens het artikel in de Volkskrant van Michiel van der Geest, gebaseerd op praktijkverhalen en uitspraken van experts zoals Rudi Westendorp, blijft de zorgvraag stabiel of daalt deze zelfs iets. Ouderen blijken langer fit, zijn zelfredzamer en krijgen thuis meer ondersteuning van mantelzorgers, hulpmiddelen en technologie. In 2025 staan er bijvoorbeeld nog maar circa 18.000 mensen op de wachtlijst voor een verpleeghuis, tegenover ruim 22.000 twee jaar geleden. Ook het gemiddeld aantal uren wijkverpleging per cliënt is gedaald: van 10,4 naar 9,1 uur per maand.

Tegelijkertijd verwijst Harry Platte naar een uitzending van Meldpunt Actueel van Omroep Max, waarin duidelijk wordt dat er wel degelijk iets structureel verandert. De uitzending baseert zich op het recente adviesrapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), getiteld Het Rimpeleffect.

De RVS waarschuwt dat vergrijzing niet alleen een zorgvraagstuk is, maar een brede maatschappelijke opgave. We stevenen af op een permanente situatie waarin ongeveer een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder is. Die situatie wordt rond 2040 bereikt en verandert daarna nauwelijks nog. Dat vraagt om fundamentele aanpassingen in hoe we wonen, werken, ons verplaatsen en hoe we verantwoordelijkheid met elkaar delen. Mantelzorg, bijvoorbeeld, wordt steeds zwaarder. Waar er in 2018 nog bijna vijf mantelzorgers per oudere waren, zijn dat er volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar verwachting nog maar drie in 2040.

Beide verhalen zijn waar, maar belichten hetzelfde vraagstuk vanuit een ander perspectief. De Volkskrant beschrijft wat er nú gebeurt in de formele zorg: een lichte afname, mede door beleid en technologische ondersteuning. De RVS kijkt naar het grotere geheel: een samenleving die veroudert en daar nog onvoldoende op is ingericht. Dat de formele zorgvraag daalt, betekent niet dat de totale zorgbehoefte afneemt. Veel zorg verschuift naar de informele sfeer. Naar mantelzorg binnen families, tussen buren, via vrijwilligers. Juist daar ontstaan de komende jaren de echte spanningen.

In regio’s waar de vergrijzing het sterkst toeneemt, zoals delen van Zeeland, Limburg en Oost-Groningen, stijgt het aantal ouderen snel. Tegelijkertijd neemt het aantal potentiële mantelzorgers af. Ook het personeelsbestand in de zorg is onvoldoende gegroeid. In 2015 stonden er nog 1,13 zorgmedewerkers tegenover elke 75-plusser. In 2024 is dat gedaald naar 0,72. Technologie kan verlichting bieden, maar niet alles vervangen. En zolang de overheid het aantal verpleeghuisplekken niet uitbreidt, zoals onder het huidige WOZO-beleid (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen) is afgesproken, moet de samenleving de toenemende zorgdruk op andere manieren opvangen. Dat vraagt om keuzes die verder gaan dan bijsturen.

Wat nu lijkt op een meevaller in de statistieken is in feite een stille verschuiving die ten koste gaat van mantelzorgers, wijkverpleegkundigen en ouderen zelf. Daarom moeten we beide perspectieven serieus nemen: de relativerende cijfers van vandaag én de structurele vragen over morgen. Geen paniek over een tsunami, maar ook geen zelfgenoegzaamheid. De toekomst is niet zwart of wit. Ze is grijs. Vond ‘m zelf ook wel aardig gevonden 😉

Van stille verschuiving naar bewuste herinrichting

Kijkend naar de komende decennia zijn er grofweg drie richtingen denkbaar:

  • In het eerste scenario gaat Nederland door op de huidige koers. De druk op mantelzorgers neemt verder toe. De zorg in de thuissituatie wordt zwaarder. De formele zorg blijft structureel onderbezet. Dit scenario is niet onvermijdelijk, maar wordt wel waarschijnlijk als we vooral blijven optimaliseren wat we al kennen. Digitale technologie wordt dan ingezet om gaten te dichten, terwijl de onderliggende uitdagingen blijven bestaan.
  • Een tweede scenario ontstaat wanneer het informele netwerk het niet meer volhoudt. Dat is precies wat de RVS het “rimpeleffect” noemt. Keuzes in de zorg werken dan door in werk, wonen, mobiliteit en sociale samenhang. In dat scenario ontstaan scherpe regionale verschillen. Regio’s met sterke sociale structuren redden het langer. Gebieden met bevolkingskrimp en een tekort aan mantelzorgers lopen eerder vast.
  • Het derde, en meest wenselijke, scenario vraagt om bewuste herinrichting. Dat begint met de erkenning dat vergrijzing geen crisis is, maar een structurele maatschappelijke verandering die om heldere keuzes vraagt. Het gaat om een andere organisatie van wonen, zorg en ondersteuning. Dichter bij huis, meer in samenhang, met sterkere netwerken op regionaal niveau die gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. In dat scenario staat menselijke nabijheid centraal. Professionals hebben ruimte om hun vak goed te doen, mantelzorgers raken niet overbelast, en ouderen blijven goed leven in hun eigen omgeving.

Digitale technologie speelt wat mij betreft in het derde en gewenste scenario een belangrijke ondersteunende rol. Ze helpt om werk slimmer te organiseren, informatie beter te delen en sneller te schakelen als dat nodig is. Niet door ouderen zelf digitaal vaardiger te maken en achter de knoppen te zetten, maar door de mensen om hen heen optimaal te ondersteunen. Denk aan systemen die administratie minimaliseren, die triage slimmer maken, die voorspellen waar risico’s ontstaan, die informatie tussen organisaties soepel laten stromen, en die mantelzorgers verbinden met teams die direct kunnen bijspringen als het nodig is. Daardoor ontstaat rust, overzicht en samenhang.

Vanuit deze visie op de digitale transformatie van de ouderenzorg werken professionals niet langer in gescheiden kolommen, maar in regionale netwerken die dezelfde gegevens delen en samen verantwoordelijkheid dragen. Mantelzorgers worden niet gezien als gratis extra capaciteit, maar als volwaardige schakels die ondersteund worden met duidelijke back-up. En bestuurders krijgen eindelijk realtime zicht op wat er regionaal gebeurt, zodat ze kunnen anticiperen in plaats van reageren.

Als we dat pad kiezen, verandert de stille verschuiving mijn inziens niet in een uitputtingsslag, maar in een kans om de ouderenzorg opnieuw vorm te geven. Niet door meer te vragen van dezelfde mensen, maar door anders te werken en de samenleving zo in te richten dat zorg en ondersteuning gedragen worden door een breder en veerkrachtiger netwerk. Dat is wat mij betreft de echte opgave voor de komende decennia als het gaat om ouderenzorg.

1 reactie

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1355)
Contact