Vanmorgen luisterde ik naar de nieuwe aflevering van De Publieke Ruimte, de podcast van Martijn Grimmius en Otto Thors over publieke dienstverlening. Deze aflevering ging over innovatie binnen de Rijksoverheid, een thema dat al langer mijn belangstelling heeft vanuit het bredere perspectief van digitale transformatie.
Terwijl Nederland internationaal hoog scoort op innovatie, lijkt de vernieuwing binnen de overheid juist af te nemen. Juist nu, met toenemende arbeidsmarktkrapte, digitalisering en veranderende burgerverwachtingen, groeit de urgentie om publieke innovatie structureel te versterken. Een mooi gesprek met Dirk-Jan de Bruijn, voorzitter van de Rijks Innovatie Community (RIC), en Marjanke Töller, programmadirecteur Innovatie & Dienstverlening bij het UWV:
De aflevering richt zich op de vraag hoe de overheid innovatie beter kan organiseren, versnellen en verankeren. Te gast zijn Dirk-Jan de Bruijn, voorzitter van de Rijks Innovatie Community (RIC), en Marjanke Töller, programmadirecteur Innovatie & Dienstverlening bij het UWV. Het toeval wil dat ik beiden ken uit mijn periode als kerndocent van de postacademische leergang Leiderschap bij Digitale Transformatie aan de AOG School of Management. Sterker nog, in die die tijd volgde ik de digitale transformatie van UWV met meer dan gemiddelde belangstelling. In de podcast bespreken zij hoe innovatie binnen het Rijk vorm krijgt tussen beleid, uitvoering en technologie.
De Bruijn benadrukt dat innovatie een fundamenteel andere logica vraagt dan het reguliere overheidsproces, dat sterk gericht is op efficiëntie en risicobeheersing. Hij stelt: “Het reguliere proces sturen we op nul risico’s; innovatie vraagt juist om aanvaardbare risico’s.” Volgens hem gebeurt negentig procent van de innovaties “tussen organisaties” en niet binnen één departement. Innovatie vergt dus samenwerking over grenzen heen en een langetermijnvisie die verder gaat dan jaarlijkse managementcontracten. Gevoelsmatig ben ik het met hem eens, maar ik zou ook benieuwd zijn waar deze cijfers vandaan komen.
Marjanke Töller laat zien hoe het UWV de afgelopen jaren haar innovatieaanpak heeft geprofessionaliseerd. Waar innovatie eerder versnipperd was over negentien losse ‘clubjes’, is nu gewerkt aan één gedeelde taal, structuur en governance. “We waren heel goed in dingen starten, maar niet in dingen stoppen,” zegt ze. Met de oprichting van een innovation board heeft het UWV criteria ontwikkeld om te bepalen welke initiatieven wenselijk, haalbaar, verantwoord en levensvatbaar zijn — de vier lenzen van innovatie. Daarmee is innovatie niet langer een hobby, maar een integraal onderdeel van de dienstverlening.
De Innovatiebarometer Overheid laat zien dat het aantal innovaties bij overheidsorganisaties daalde van 86 procent in 2021 naar 76 procent in 2024. De meeste innovaties zijn procesgericht en draaien om digitalisering en efficiëntie, terwijl innovaties in communicatie en interactie met burgers juist teruglopen. Dat sluit aan bij de zorg die in de podcast wordt uitgesproken: innovatie is vaak intern gericht, terwijl maatschappelijke vernieuwing juist vraagt om samenwerking met burgers, bedrijven en kennisinstellingen.
De Bruijn benoemt dat 90 procent van de innovaties “tussen organisaties” plaatsvindt en dat de overheid nog te veel in silo’s denkt. Zijn pleidooi voor een innovation board of chief innovation officer sluit aan bij de aanbeveling van de Innovatiebarometer om innovatie structureel te verankeren binnen organisaties via duidelijke governance en mandaat.
Binnen het UWV worden concrete innovaties ontwikkeld, zoals een klaretaal-tool die redacteuren helpt begrijpelijke teksten te schrijven, en een kennisassistent die medewerkers ondersteunt bij klantvragen. Deze initiatieven tonen aan dat innovatie niet alleen technologisch is, maar ook sociaal en communicatief. In het verlengde daarvan vermeldt het UWV in haar eigen informatieplan dat digitale transformatie expliciet gericht is op “één UWV-ervaring”, met naadloze dienstverlening over kanalen heen, ondersteund door data, AI en een moderne ICT-infrastructuur. Hoewel dit aspect niet in de podcast aan bod kwam, biedt het informatieplan een belangrijke context: innovatie wordt bij het UWV niet langer gezien als tijdelijk experiment, maar als structurele motor van digitale vernieuwing.
De aflevering maakt duidelijk dat innovatie binnen de overheid zich in een transitiefase bevindt. De romantiek van “duizend bloemen die bloeien” heeft plaatsgemaakt voor de noodzaak van richting, prioritering en professionalisering. Innovatie wordt steeds meer onderdeel van de reguliere organisatie, maar loopt vaak nog vast op bureaucratische structuren en versnippering. De uitdaging ligt in het vinden van een balans tussen sturing en speelruimte.
Een belangrijke conclusie is dat innovatie pas duurzaam wordt als bestuurders er zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Zoals De Bruijn zegt: “De top moet actief deuren openen en tijd vrijmaken.” Töller vult aan dat innovatie alleen waarde heeft als het aantoonbaar bijdraagt aan de strategie en de burger daadwerkelijk helpt. De Innovatiebarometerbevestigt deze observatie: het succes van innovaties hangt sterk samen met leiderschap, cultuur en het delen van kennis. Organisaties die innovatie breed inbedden, scoren significant beter op realisatie en opschaling.
Tot slot tonen zowel de podcast als de recente UWV-publicaties dat de publieke sector zich langzaam beweegt van projectmatige innovatie naar systeemgerichte transformatie. Innovatie wordt niet langer gezien als een toevallig neveneffect van beleid, maar als een kernvoorwaarde voor toekomstbestendige publieke dienstverlening.
Bronnen:
- De Publieke Ruimte. (2025, november). Innovatie bij de Rijksoverheid [Podcastaflevering].
- Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2025). Innovatiebarometer Overheid 2025: Resultaten 2023–2024. Den Haag: BZK.
- UWV. (2024). UWV Informatieplan 2024–2028: Digitale transformatie voor het verbeteren van onze dienstverlening. Amsterdam: UWV.
- UWV. (2025). Naar een gezamenlijke innovatieaanpak bij UWV. Rijks Innovatie Community.
- UWV. (2025). Strategie 2025–2030. Amsterdam: UWV.
1 reactie
Zie ook mijn LinkedIn-bericht:
https://www.linkedin.com/posts/mderksen_digitaletransformatie-leiderschap-innovatie-activity-7392434782078517248-vDkN