Hoewel ik Albert Jan Kruiter en het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) al langer kende, werd ik me pas recent echt bewust van zijn manier van denken tijdens een bijeenkomst van het programma Leren van diversiteit en innovatie. In zijn bijdrage aan het programma beschreef hij hoe organisaties hun publieke energie kunnen hervinden door terug te keren naar hun oorspronkelijke bedoeling: mensen helpen in plaats van systemen in stand houden.
Vandaag luisterde ik naar een wat oudere aflevering van de ESB-podcast Winst is mij een zorg, waarin economen Jasper Lukkezen en Marcel Canoy met hem spraken over investeringsprikkels in de zorg. Kruiter legt daarin helder uit waarom maatschappelijk zinvolle investeringen in Nederland vaak niet van de grond komen. Het probleem is niet een gebrek aan geld of ideeën, maar een systeem dat publieke waarde ontmoedigt zodra die niet financieel te kapitaliseren is.
Volgens Kruiter werken de Nederlandse zorg en het sociaal domein met verkeerde prikkels. De investeerder is zelden ook de baathebber. Gemeenten investeren in bestaanszekerheid (betere huisvesting, schuldhulp, begeleiding), maar de winst daarvan — zoals lagere zorgkosten — komt terecht bij zorgverzekeraars of het Rijk. Zorgverzekeraars investeren op hun beurt niet in preventie, omdat de baten pas jaren later optreden of bij concurrenten neerslaan.
“Er is te weinig marktwerking in de zorg. En de marktwerking die er is, houdt op precies op het moment dat we meer maatschappelijke winst zouden kunnen maken.”
De overheid verwacht dat de markt het zorgaanbod vernieuwt, maar creëert tegelijk een stelsel waarin de markt niet kaninvesteren.
Praktijkvoorbeeld 1: Sociaal Hospitaal (Den Haag)
Tussen 2017 en 2020 werkte IPW samen met de gemeente Den Haag en zorgverzekeraar CZ aan een experiment met 150 huishoudens met complexe problematiek: schulden, ggz-klachten, opvoedproblemen en huisvestingsonzekerheid. In plaats van losse trajecten te stapelen, kochten ze de schulden af en herstelden de basis: rust, inkomen, huisvesting.
Voor circa €500.000 werden schulden afgekocht. Een jaar later bleek uit de gezamenlijke analyse van CZ en IPW dat deze gezinnen ongeveer €3 miljoen aan eerder geïndiceerde zorg niet hadden gebruikt. De grootste besparingen zaten in jeugdzorg en Wmo-ondersteuning (elk circa €1 miljoen).
Toch liep het project vast in het systeem. Het afkopen van schulden valt niet onder de Zorgverzekeringswet, waardoor verzekeraars het niet structureel mogen financieren. Gemeenten kunnen de winst niet innen, omdat de baten niet in hun begroting terugkomen. VWS kwalificeerde de aanpak zelfs als “zorgvreemd”, ondanks het bewezen maatschappelijk rendement.
Praktijkvoorbeeld 2: Proeftuin Ruwaard (Oss)
Sinds 2016 werken de gemeente Oss, woningcorporatie BrabantWonen, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en bewoners samen in de wijk Ruwaard vanuit één gezamenlijke werkwijze en een gedeeld wijkbudget.
De Proeftuin Ruwaard brengt zorg, welzijn, wonen en werk bij elkaar. Inwoners met complexe problemen krijgen geen reeks losse trajecten, maar één integraal plan, opgesteld in samenspraak met professionals uit verschillende organisaties. De wijk fungeert als bestuurlijke en financiële proeftuin: professionals hebben de ruimte om te doen wat nodig is, zonder eerst te kijken onder welke regeling dat valt.
Uit de eindevaluatie van 2022 blijkt dat deze aanpak resultaat oplevert. In 42 diepgaand onderzochte casussen namen de maatschappelijke kosten gemiddeld af met circa €9.000 per inwoner per jaar. Tegelijkertijd steeg het ervaren welbevinden en het gevoel van grip op het eigen leven. In de wijk als geheel daalde het aantal individuele Wmo- en ggz-aanvragen met ongeveer 30 procent, terwijl meer inwoners hulp kregen via laagdrempelige, collectieve voorzieningen.
De proeftuin laat zien dat het mogelijk is om meer mensen te helpen voor hetzelfde geld, mits de financiering over domeinen heen wordt georganiseerd. Toch blijft structurele borging lastig. De gewenste kassiersfunctie — één partij die het gezamenlijke wijkbudget beheert — past niet binnen de huidige financiële regels. Gemeenten moeten jaarlijks verantwoorden, terwijl de effecten van deze aanpak zich pas over meerdere jaren laten zien.
Voor zover ik het heb begrepen, loopt de verlening van deze proeftuin nog tot eind van dit jaar. Ik ben erg benieuwd of, en zo ja hoe, dit verdergaat.
Van gezondheid naar bestaanszekerheid
In zowel Den Haag als Oss bekijkt Kruiter de uitdagingen vanuit een ander perspectief. Niet gezondheid is het uitgangspunt, maar een stabiel leven. Wie een dak boven het hoofd heeft, werk of inkomen, en geen voortdurende geldstress ervaart, heeft simpelweg minder zorg nodig. Mensen die zich veilig voelen in hun bestaan, hebben meer veerkracht en kunnen beter voor zichzelf en elkaar zorgen.
“We moeten niet van zorg naar gezondheid, maar van zorg naar bestaanszekerheid.”
Daarmee zegt hij in feite dat we armoede, schulden of slechte huisvesting niet langer als sociale problemen moeten zien, maar als zorgvraagstukken. Investeren in bestaanszekerheid voorkomt dat mensen later dure zorg nodig hebben. Het is dus geen extra kostenpost, maar een vorm van preventie met maatschappelijk rendement.
Die manier van kijken vraagt ook iets van onze instituties. In plaats van meer regels of protocollen pleit Kruiter voor een overheid die moreel slim organiseert — die ruimte geeft aan samenwerking over de grenzen van wetten en afdelingen heen. Niet de bureaucratie zelf moet centraal staan, maar de publieke waarde die ze hoort te dienen: een samenleving waarin mensen zeker kunnen zijn van hun bestaan.
Conclusies
De visie van Albert Jan Kruiter legt een fundamenteel probleem bloot: het Nederlandse zorg- en sociaalstelsel is niet gebouwd om publieke waarde te maximaliseren. Het beloont verantwoording boven resultaat, zorgconsumptie boven preventie en kostenbeheersing boven maatschappelijke winst. Zowel in Den Haag als in Oss is bewezen dat investeren in bestaanszekerheid niet alleen menselijker is, maar ook economisch verstandiger. Toch blijft structurele financiering uit. De oplossing ligt volgens Kruiter in nieuwe vormen van gedeeld eigenaarschap: over domeinen, over tijd en over de opbrengst van maatschappelijke investeringen.
Kijkend door de bril van digitale transformatie zie ik bovendien kansen voor een geïntegreerde aanpak door bijvoorbeeld:
- data over domeinen heen te verbinden (zorg, sociaal, wonen), zodat maatschappelijke baten zichtbaar en herleidbaar worden;
- investeringsrendementen in tijd en per partij transparant te maken;
- samenwerking en besluitvorming te ondersteunen via gedeelde platforms;
- burgerregie te versterken door mensen toegang te geven tot hun eigen data en hulptrajecten.
Digitale transformatie kan zo de brug slaan tussen maatschappelijke logica en financiële verantwoording. De kern blijft overigens dat het systeem pas voor mensen werkt (in plaats van andersom) als we samen verantwoordelijk durven zijn voor het hele leven van mensen.
Bronnen:
- Blom, A., & Bressers, J. (2022). Eindevaluatie Proeftuin Ruwaard. Gemeente Oss.
- Canoy, M., & Lukkezen, J. (2024, 20 december). Winst is mij een zorg – Aflevering 4: Systeemfout ontmoedigt investeringen in de zorg [Podcast]. Economisch Statistisch Bureau (ESB).
- CZ. (2020, 20 oktober). Unieke samenwerking om CZ-verzekerden met multiproblematiek te helpen enorm geslaagd.
- IPW (z.d.). Doorbraakmethode.
- Proeftuin Ruwaard. (z.d.). Proeftuin Ruwaard in de media.