Deze week is opnieuw duidelijk geworden wat er op het spel staat in deze tijd waarin iedereen over ‘de waarheid’ lijkt te spreken, maar steeds minder mensen elkaar lijken te geloven. Gisteren hoorde ik de radiocolumn van cabaretier en columnist Pieter Derks in De Nieuws BV, vanmorgen luisterde ik naar de ISVW-podcast met filosofe Natascha Rietdijk over post-truth-strategieën, en eerder deze week las ik de oproep van mediamagnaat Joop van den Ende om het publieke omroepbestel en de journalistieke waarden te beschermen. Samen vormen ze voor mij signalen die iets wezenlijks zeggen over waar we als samenleving staan, in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober. De waarheid staat onder druk en dat is een groot risico voor de democratie.
Filosofen, schrijvers en wetenschappers hebben het onderwerp de laatste jaren opnieuw centraal gesteld. Martine Prange laat in het recent gepubliceerde De waarheidscrisis zien dat niet het postmodernisme, maar politieke en economische belangen de waarheidscrisis hebben verdiept door verwarring rendabel te maken. En in de ISVW-podcast borduurt Natascha Rietdijk op die lijn voort: volgens haar leven we in een tijd waarin waarheid niet alleen een rationeel, maar ook een emotioneel vraagstuk is geworden, waarin media en politiek een doorslaggevende rol spelen.
Rietdijk legt in de podcast uit hoe politici gebruikmaken van tactieken als gaslighting, het twijfel zaaien en het verspreiden van tegenstrijdige verhalen om burgers te laten twijfelen aan hun eigen oordeel. Dat sluit aan bij wat de Franse filosoof Michel Foucault ‘waarheidsregimes’ noemde: de manieren waarop macht en kennis bepalen wat als waar mag gelden. In de huidige digitale wereld is die macht verschoven naar algoritmen die niet waarheids-getrouwheid, maar betrokkenheid belonen. Rietdijk spreekt over affectieve machteloosheid: het verlies van emotionele autonomie in een omgeving waarin woede en angst winst opleveren. Volgens haar heeft waarheid een infrastructuur nodig van vertrouwen, kritische media en emotionele rechtvaardigheid.
Pieter Derks maakt in zijn radiocolumn pijnlijk duidelijk hoe de chaos in de politiek geen vergissing meer is, maar strategie. Populistische leiders gebruiken verwarring om te bewijzen dat de democratie niet werkt, zodat zijzelf als redders kunnen optreden. Zijn zin ‘de chaos is de bedoeling’ bleef bij mij hangen. Het is precies waar de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt in Truth and Politics (1967) voor waarschuwde: dat de vernietiging van waarheid altijd begint met het ondermijnen van de gemeenschappelijke werkelijkheid. Derks maakt dat voelbaar met humor, maar zijn boodschap is ernstig: wie waarheid tot mening maakt, maakt vrijheid tot theater.
Over theater gesproken, Joop van den Ende plaatste deze week een paginagrote advertentie met de oproep ‘Kom in actie tegen de sloop van omroepbestel en journalistieke waarden.’ Zonder publieke media en onafhankelijke journalistiek verdwijnt het publieke gesprek waarin waarheid kan ontstaan. Wat Martine Prange, verwijzend naar Foucault, parrèsia noemt – de moed om vrijuit de waarheid te spreken – herken ik in Van den Endes oproep. Zijn pleidooi is een oproep om de ruimte te beschermen waarin meningsverschil nog zin heeft.
Voor de verkiezingen van 29 oktober betekent dat voor mij dat de keuze niet alleen tussen partijen gaat, maar tussen twee manieren van samenleven: één waarin feiten, kunst en onderwijs ruimte krijgen om betekenis te scheppen, en één waarin verwarring wordt ingezet als wapen. Wie waarheid serieus neemt, moet dus ook stem geven aan de voorwaarden waarin ze kan bestaan: onafhankelijke media, goed onderwijs, transparante politiek en een cultuur van redelijkheid.
De waarheid is niet dood, maar kwetsbaar. En zij kan mijns inziens alleen overleven als we haar samen onderhouden. Dat vraagt om meer luisteren, meer onderzoeken, meer twijfelen en meer spreken. Zoals de Duitse filosoof Immanuel Kant al schreef: Sapere aude (durf te weten). En misschien moeten we daar vandaag aan toevoegen: durf te vertrouwen.