Gisteravond was ik aanwezig bij de eerste bijeenkomst van het nieuwe seizoen van Leren van Diversiteit & Innovatie van Rik Maes, die plaatsvond op een bijzondere locatie: Villa Mattern in Amsterdam. Ooit ontworpen door architect F.J.E. Dekeukeleire en later bewoond door schrijfster Renate Rubinstein, is het vandaag een plek voor reflectie en gesprek. Als eerste gast van dit seizoen was Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) uitgenodigd.
De publieke sector kampt met een groeiende kloof tussen systeem en leefwereld. Ondanks hervormingen blijven burgers, gemeenten en uitvoeringsinstanties vastlopen in regels, protocollen en bureaucratische structuren die slecht aansluiten op de werkelijkheid van mensen. Albert Jan Kruiter onderzoekt al twee decennia hoe deze kloof kan worden verkleind door wat hij noemt sturingsinnovatie: het herontwerpen van de instrumenten waarmee de overheid richting geeft aan maatschappelijke verandering.
Kruiter begon met een korte terugblik op zijn loopbaan. Hij studeerde bestuurskunde in Leiden, waar hij afstudeerde bij BZK toen Roger van Boxtel naast minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid ook de eerste coördinerend minister voor Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) was. Daarna werkte hij bij Arre Zuurmond aan zijn afstudeerscriptie over digitalisering en informatiesamenleving, en promoveerde bij Roel in ’t Veld en Paul Frissen op Mild despotisme, een onderzoek naar de zachte macht van de verzorgingsstaat. In 2010 richtte hij samen met Eelke Blokker en zijn broer Harry Kuiter het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) op. Sindsdien werkte het IPW met meer dan zesduizend huishoudens, verspreid over het sociaal domein (armoede, zorg, jeugd, werk en onderwijs), die vastlopen in bureaucratische knopen.
Vanuit die praktijkervaring beschreef Kruiter hoe het publieke systeem slecht omgaat met mensen met meervoudige problemen. De werkelijkheid van burgers snijdt dwars door beleidsdomeinen heen, terwijl wetgeving, financiering en verantwoording per domein zijn georganiseerd. Dat leidt tot wat hij noemt systeemfalen in slow motion: goedbedoelde instanties die elkaar verlammen door tegenstrijdige regels.
Historische en maatschappelijke context
Kruiter plaatste zijn analyse in een historische lijn. De zorgstelselwijziging van 2006, toen de Zorgverzekeringswet werd ingevoerd en marktwerking als ordeningsprincipe zijn intrede deed, beschouwt hij als een kantelpunt. Waar zorg vroeger gebaseerd was op solidariteit, is ze nu ingericht als verzekeringssysteem. De patiënt werd klant en zorg werd transactie. Die verschuiving heeft de taal van de publieke sector veranderd: van vertrouwen naar verantwoording, van mens tot data. De prijs daarvan is een verlies aan relationele betekenis.
Praktijkvoorbeelden
Kruiter’s bijdrage was rijk aan praktijkvoorbeelden, waarmee hij de kloof tussen systeem en leefwereld concreet maakte. Hij begon met het verhaal van een vader met kinderen en een schuld van 6.000 euro. Rond dit gezin cirkelden meer dan veertig professionals – van jeugdzorg tot schuldhulpverlening en woningcorporatie – die samen per jaar ruim tweehonderdduizend euro aan personeelskosten vertegenwoordigden. Terwijl niemand het probleem oploste, bleef de schuld groeien. Toen het IPW in overleg met de betrokken instanties besloot de schuld direct af te kopen, verdwenen de interventies, de stress en de jeugdzorgtrajecten. Het voorbeeld illustreert wat hij noemt het rendement van menselijkheid: problemen oplossen bij de bron is goedkoper dan professionals sturen op protocollen.
Een ander voorbeeld betrof een gemeente die miljoenen euro’s aan zorgbudget overhield, niet omdat er te weinig problemen waren, maar omdat kleine, praktische kwesties nooit werden opgepakt. Waar het IPW deze alledaagse belemmeringen oploste, daalde het beroep op zware zorgvoorzieningen drastisch.
Ook noemde hij projecten waarin budgetten werden ontschot om maatwerk te leveren. Zo kreeg het IPW in het project Daklozenaanpak Jongeren van het Kansfonds zevenhonderdduizend euro aan flexibel geld. Daarmee kregen 161 jongeren onderdak, terwijl dit volgens de bestaande regelgeving onmogelijk was geweest. De maatschappelijke besparing bedraagt miljoenen euro’s aan vermeden zorgkosten. Tegenwoordig drukt hij de winst van zulke interventies niet alleen in euro’s uit, maar in bespaarde capaciteit. In tijden waarin geld niet het probleem is, maar mensen schaars zijn, is het relevanter om die winst uit te drukken in bespaarde fte’s.
De bureaucratie als systeemprobleem
Kruiter stelde dat veel van onze bestuurlijke mechanismen stammen uit de twintigste eeuw en niet meer passen bij de complexiteit van de 21e eeuw. De bureaucratie is niet per se slecht, maar ze is verstard in oude vormen van sturing. Hij onderscheidde vijf instrumenten die volgens hem dringend moeten worden vernieuwd: wet- en regelgeving, financiering, accountability, governance en informatiseringssystemen.
Wet- en regelgeving
Nederland kent volgens Kruiter te veel en te gefragmenteerde wetten, vooral in het sociaal domein. In sommige wijken gelden dertig tot vijftig afzonderlijke regelingen. Daardoor stuurt niemand meer, of iedereen een beetje. Harmonisatie van wetgeving is volgens hem essentieel om bestuurlijke helderheid en handelingsruimte te herstellen. Dat is niet alleen een juridische, maar ook een bestuurlijke opgave: het maakt samenwerking mogelijk tussen domeinen die nu wettelijk van elkaar zijn afgeschermd.
Financiering
Kruiter liet zien hoe financiële prikkels innovatie kunnen blokkeren of juist bevorderen. Zijn voorbeelden tonen aan dat het ontschotten van budgetten leidt tot effectiever handelen en menselijker oplossingen. Het principe is helder: verschuif van inputfinanciering naar impactfinanciering – niet betalen voor trajecten, maar voor uitkomsten.
Accountability
Kruiter hekelde het feit dat veel instellingen sturen op input en output, maar nauwelijks op outcome. Gemeenten gebruiken honderden KPI’s, maar weten vaak niet wat hun beleid maatschappelijk oplevert. Hij pleitte voor een verschuiving van verantwoording over inspanningen naar verantwoording over effecten. Dat vraagt lef: bestuurders moeten durven worden afgerekend op maatschappelijke resultaten, niet alleen op naleving van procedures.
Governance
Volgens Kruiter is goed bestuur in het publieke domein niet iets wat over mensen gaat, maar wat met mensen gebeurt. Het betrekken van bewoners bij het oplossen van de problemen die zij ervaren, is volgens hem een essentiële voorwaarde voor kwalitatief hoogwaardige en gedragen oplossingen. Niet burgers als doelgroep, maar burgers als medeproducenten van publieke waarde.
Informatiseringssystemen
Nieuw in zijn betoog was het vijfde sturingsinstrument: informatiseringssystemen. Volgens Kruiter zijn digitale systemen inmiddels een bepalende bestuurslaag geworden. Ze coderen wetgeving en beleid in algoritmen en bepalen wie toegang krijgt tot zorg of ondersteuning. Informatiseringssystemen moeten daarom opnieuw worden ontworpen, niet als administratief hulpmiddel, maar als middel om publieke waarden te ondersteunen.
Conclusies
De publieke sector heeft volgens Kruiter geen nieuwe stelsels nodig, maar een herziening van haar sturingslogica. Wetten moeten worden geharmoniseerd, budgetten ontschot, verantwoording verbreed en informatiesystemen ingericht op publieke waarde. Niet door grote reorganisaties, maar door te handelen vanuit de praktijk. Zijn actieonderzoek laat zien dat vernieuwing niet begint bij beleid, maar bij doen: de werkelijkheid gebruiken als leeromgeving.
Zonder structurele vernieuwing van de beheersinstrumenten groeit het risico op bestuurlijke verlamming. De druk in zorg, onderwijs en sociale zekerheid neemt toe, terwijl het handelingsvermogen afneemt. Kruiter benadrukte dat vitalisering van de bureaucratie geen luxe is, maar een noodzaak om publieke waarde te behouden.
De oproep van Albert Jan Kruiter om het sturingsinstrumentarium te ‘vitaliseren’ is in wezen een oproep om weer te leren luisteren naar de samenleving. De bureaucratie hoeft niet te verdwijnen, maar moet opnieuw worden verbonden met de samenleving die ze dient.
Een mooie aftrap van het nieuwe seizoen Leren van Diversiteit & Innovatie.
Bronnen
- Leren van Diversiteit & Innovatie
- Instituut voor Publieke Waarden (IPW)
- Stuurloos. (2023, januari). Wie problemen probeert te fiksen, snapt ze beter [Podcastaflevering].
- De Publieke Ruimte. (2024, november). Albert Jan Kruiter over sturingsinnovatie [Podcastaflevering].
- Kruiter, A. J. (2024). Over de vitalisering van bureaucratie en sturingsinnovatie. In In de diepte is het stil: Chaos en onrecht in het sociaal domein – diagnose en therapie. Een onderzoek, in het bijzonder naar besturingstechnologie (Working paper gebaseerd op meerjarig actieonderzoek naar sturingsinnovatie in NPLV-gebieden). KWINK Groep.
1 reactie
Zie ook mijn LinkedIn-bericht:
https://www.linkedin.com/posts/mderksen_lvdi2025-activity-7381723295936794624-WoaS