Al ruim tien jaar spreek ik over het verschil tussen van A naar B en van A naar Anders. Als een metafoor om duidelijk te maken dat optimaliseren (digitaliseren) en transformeren (digitale transformatie) wezenlijk van elkaar verschillen. Van A naar B is het klassieke veranderpad: er is een einddoel, een route en een planning. Van A naar Anders is een reis met een open einde, waarbij het eindpunt zich gaandeweg ontvouwt en het vermogen om van richting te veranderen centraal staat. Het verschil is van belang omdat beide een fundamenteel andere aanpak vragen.
Mijn denken is gevormd door denkers als Rik Maes, die het onderscheid maakt tussen Meer, Beter en Anders, en Otto Scharmer, die vier organisatieniveaus beschrijft die ik heb vertaald naar de A/Anders-logica. Daarnaast hebben onder andere Thijs Homan, Peter Senge, Jan Rotmans en Floris Alkemade mijn kijk verdiept op hoe verandering in de praktijk verloopt, hoe systemen kantelen en hoe richting veranderen een noodzakelijke vaardigheid is.
De laatste jaren is daar nog een perspectief bijgekomen: het werk van Martijn van der Steen over Van A naar B, via B of Puzzelen via B. Zijn benadering legt andere accenten, vooral als het gaat om navigeren in complexe transities zoals de energietransitie. Het is interessant om deze twee manieren van kijken naast elkaar te leggen.
Digitalisering is voor mij van A naar B (volgens A): het gaat om verbeteren en efficiënter maken binnen bestaande kaders. Digitale transformatie is van A naar B (volgens B) of van van A naar Anders: het vraagt een mentale omslag waarbij bestaande structuren, processen en soms zelfs het hele organisatiemodel ter discussie staan.
De vier systemen van Otto Scharmer helpen om dit onderscheid concreet te maken (met dank aan Daniel Wolfs). In het autistische systeem overheerst een hiërarchisch organisatiemodel met top-down sturing en focus op behoud van de status quo. Het adaptieve systeem is nog steeds hiërarchisch van aard, maar met meer nadruk op aanpassing en efficiency; de veranderaanpak is planmatig en projectmatig. Het reflectieve systeem heeft een meer netwerkgerichte organisatiestructuur, waarin leren en zelforganisatie centraal staan; verandering wordt hier vooral vormgegeven via dialoog en gezamenlijke reflectie. Het generatieve systeem is platform- en ecosysteemgeoriënteerd, met open en co-creërende structuren; de veranderaanpak is transformationeel en experimenteel, gericht op het ontstaan van iets fundamenteel nieuws.
In mijn werk koppel ik deze systemen aan mijn metafoor van A naar Anders. Zo ontstaat een diagnose-instrument waarmee snel zichtbaar wordt of een organisatie vooral optimaliseert of daadwerkelijk transformeert:

Vergelijking met Puzzelen via B
Waar mijn A/Anders-model vooral helpt om te zien of een verandering optimaliserend of transformerend is, richt Van der Steen zich op hoe je beweegt in een complexe context. Bij Puzzelen via B werk je toe naar een nieuwe situatie, maar dat doelbeeld is onvolledig en veranderlijk. Je begint vanuit de principes van de toekomstige situatie, ook al is het huidige systeem nog dominant.
In mijn benadering ligt de nadruk op de mentale omslag en de systemische verandering die nodig is om naar Anders te gaan. In Van der Steens benadering ligt de focus op navigeren via een tussenpunt, waarbij het proces belangrijker is dan een vast eindbeeld. Het is puzzelen op een tafel vol stukjes van verschillende puzzels, waarbij het eindplaatje onbekend is maar de spelregels voor het leggen van de stukken wel helder zijn.

Het mooie is dat beide perspectieven elkaar aanvullen. Mijn A/Anders-metafoor helpt bepalen of transformatie überhaupt aan de orde is. Ze benoemt ook de valkuil: als je Anders te abstract houdt en geen concrete eerste stappen zet, loop je het risico dat het verhaal inspirerend blijft maar niet tot daadwerkelijke beweging leidt. Dat maakt het belang duidelijk van richting hebben, zonder het eindpunt dicht te timmeren.
Van der Steens Puzzelen via B vult dit aan met een pragmatische aanpak voor situaties waarin wel een richting is, maar het eindbeeld nog moet ontstaan. Zijn nadruk op handelen vanuit de principes van B helpt te voorkomen dat organisaties blijven steken in abstracties of oude logica.
Van A naar Anders vraagt het loslaten van lineair denken over verandering. Het is een leerproces waarin het vermogen om van richting te veranderen net zo belangrijk is als de bestemming. Organisaties die denken in termen van Anders moeten eerlijk kijken of ze daadwerkelijk buiten de logica van A opereren. Tegelijkertijd hebben ze wel een duidelijke richting nodig, om te voorkomen dat de reis verzandt in vaagheid en vrijblijvendheid.
Wanneer er wel een richting is, maar het eindbeeld nog vorm moet krijgen, biedt Puzzelen via B houvast om al handelend dat beeld verder te ontwikkelen. De kracht zit in de combinatie: gebruik het A/Anders-model om de noodzaak en aard van de verandering te bepalen, en gebruik Puzzelen via B om de route daarheen te navigeren in complexe, onvoorspelbare omgevingen.
3 reacties
Verbinding met Zuijderhoudt en Peters
Een mooie reactie van Jaap Peters op mijn LinkedIn-bericht, waarin hij terecht aangeeft dat het denken over van A naar Anders aansluit bij een langere traditie in de veranderkunde.
Al in 1992 beschreef Rob Zuijderhoudt hoe organisaties functioneren als complexe, niet-lineaire systemen, waarin nieuwe orde vaak via chaos en zelfordening ontstaat. Hij introduceerde begrippen als synergie en voorkeursfluctuaties om duidelijk te maken dat fundamentele verandering niet maakbaar is, maar sprongsgewijs ontstaat zodra spanning en instabiliteit groot genoeg worden. In 1997 werkte Jaap Peters dit verder uit in ‘Niets nieuws onder de zon’, waarin hij het model praktischer maakte door de bovenstroom (structuren, processen) te verbinden met de onderstroom (cultuur, emoties, informele dynamiek). Hij voegde scenario’s toe om de logica van chaos hanteerbaar te maken in de dagelijkse praktijk. Waar Zuijderhoudt vooral de theoretische basis legde en Peters het model vertaalde naar een werkmethodiek, biedt mijn metafoor van A naar Anders een strategisch kompas bij de vraag of een organisatie bezig is met optimalisatie (A → B) of met echte transformatie (A → Anders).
Bronnen:
Zie ook mijn blog uit 2013: Jaap Peters: Het is de onderstroom die de richting bepaalt.
Mooie toepassing en uitwerking van Stefan van Perlo:
https://www.linkedin.com/posts/stefanvanperlo_ik-las-een-artikel-van-marco-derksen-en-zag-activity-7364279818865057793-az6L