De Jevons-paradox in de energietransitie

door Marco Derksen op 10 augustus 2025

Onlangs vroeg het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (RES) mij een essay te schrijven over de rol van kunstmatige intelligentie (AI) in de energietransitie. Een relevante, maar ook ongemakkelijke vraag: hoe kan AI bijdragen aan een toekomstbestendig energiesysteem, en onder welke voorwaarden?

Afgelopen week publiceerde ik mijn verkennend literatuuronderzoek: de uitgangspunten voor het essay, mijn argumentatie waarom AI cruciaal is voor de energietransitie, en een blog over de verborgen kosten van AI. In deze blog ga ik in op de Jevons-paradox in de energietransitie.

Manchester, ca. 1850 – ‘Cottonopolis’ in volle bloei. De industriële expansie die volgde op de introductie van efficiëntere stoommachines bracht geen spaarzaam gebruik van steenkool, maar juist een ongekende toename. Gravure van Edward Goodall naar een schilderij van W. Wylde.

Het idee dat technologische vooruitgang automatisch leidt tot minder grondstofverbruik is hardnekkig, maar wordt door de geschiedenis keer op keer ontkracht. William Stanley Jevons zag het al in 1865 bij de Britse steenkoolindustrie. De introductie van efficiëntere stoommachines, zoals die van James Watt, verlaagde het kolenverbruik per machine. Fabrieken konden goedkoper produceren, waardoor meer stoommachines werden ingezet. Het resultaat was geen daling, maar een sterke stijging van het totale kolenverbruik. Deze dynamiek staat bekend als het reboundeffect, of de Jevons-paradox: efficiëntie maakt gebruik goedkoper en opent nieuwe mogelijkheden, waardoor het totale verbruik juist kan toenemen.

Een eeuw later zagen we hetzelfde tijdens de oliecrisis van de jaren zeventig. Auto’s werden energiezuiniger door strengere emissienormen en innovaties zoals brandstofinjectie. Het verbruik per kilometer daalde, maar goedkopere kilometers maakten autorijden aantrekkelijker. Het wagenpark groeide, mensen gingen verder van hun werk wonen, en de totale olieconsumptie in het wegverkeer bleef stijgen.

Ook in de landbouw herhaalt het patroon zich. Mechanisering en kunstmest verhoogden de opbrengst per hectare, maar in plaats van land vrij te maken voor natuur werd de productie uitgebreid voor export en vleesproductie. Efficiënter grondgebruik leidde zo tot meer druk op ecosystemen, niet minder.

De paradox door de eeuwen heen:

AI als nieuwe schakel in een oud patroon
Dezelfde dynamiek lijkt zich nu ook te voltreken met AI in de energietransitie. Slimme netwerken kunnen energieverliezen beperken, zelflerende systemen kunnen vraag en aanbod op elkaar afstemmen, en voorspellende algoritmen kunnen onderhoud efficiënter plannen. Maar zoals de stoommachine en de brandstofinjectie laten zien, verlaagt efficiëntie de kosten per eenheid gebruik en opent het nieuwe mogelijkheden. Dat kan leiden tot extra vraag, nieuwe toepassingen en uiteindelijk een hoger totaalverbruik.

Voorbeelden zijn al zichtbaar. AI-gestuurde warmtenetten kunnen het energiegebruik per woning verlagen, maar als bewoners meer kamers gaan verwarmen of de binnentemperatuur structureel hoger zetten, verdwijnt het voordeel. AI-gestuurde laadoptimalisatie voor elektrische auto’s maakt laden goedkoper en flexibeler, maar kan ook het gebruik van de auto intensiveren, waardoor het totale elektriciteitsverbruik stijgt.

Wat de geschiedenis ons leert
Uit deze historische voorbeelden komt een duidelijke les naar voren: technologische efficiëntie kan een krachtig middel zijn, maar zonder grenzen en bewuste sturing wordt de winst opgeslokt door extra vraag. De onderliggende logica is economisch én psychologisch. Lagere kosten en hogere prestaties maken meer gebruik aantrekkelijk. Bovendien hebben samenlevingen de neiging technologische winst om te zetten in groei, in plaats van in beperking van het verbruik.

Dit betekent dat AI alleen een positieve rol in de energietransitie kan spelen als de toepassing wordt gekoppeld aan absolute grenzen aan verbruik en emissies. In de negentiende eeuw waren zulke grenzen afwezig; productiecapaciteit was het doel. In de jaren zeventig lag de focus op energiezekerheid, niet op absolute reductie. Vandaag ligt de uitdaging in het koppelen van AI-innovaties aan een kader dat ervoor zorgt dat efficiëntieverbeteringen niet opnieuw leiden tot een groei in het totaalverbruik.

Welke strategische keuzes maken we?
Optimalisatie is niet genoeg. De geschiedenis toont dat efficiëntie zonder systeem-verandering zelden tot absolute duurzaamheid leidt. AI kan helpen bij het herontwerpen van energiesystemen, maar alleen als beleidsmakers, bedrijven en burgers de verleiding weerstaan om elke winst te vertalen in meer gebruik. Dat vraagt duidelijke grenzen, het invoeren van een belasting op vervuiling en het ontwerpen van systemen waarin het aantrekkelijker is om minder te gebruiken dan om meer te consumeren. Anders dreigt AI de stoommachine van onze tijd te worden: een uitvinding die onbedoeld het probleem versnelt dat zij had moeten oplossen.

De les van de Jevons-paradox is helder: zonder bewuste grenzen en sturing verdwijnen efficiëntiewinsten al snel in extra consumptie. Daarom moeten we AI-toepassingen niet alleen beoordelen op hun directe opbrengst, maar ook op de manier waarop ze het systeem zelf hervormen. Daarvoor hebben we een kompas nodig: een kader dat laat zien of een toepassing het bestaande versterkt of juist ruimte schept voor een nieuwe logica. Daarover meer in een volgende blog.

Bronnen

4 reacties

De groeireflex in westerse samenlevingen is diep verankerd in zowel economische structuren als culturele en psychologische patronen (met oorsprong in begin van de industriële revolutie). Historisch gezien bracht groei welvaart en stabiliteit, maar vandaag leidt dit streven, versterkt door consumptiecultuur en institutionele afhankelijkheid, tot steeds hoger verbruik. Efficiëntieverbeteringen temperen dit niet, maar versterken het juist, zoals de Jevons-paradox verklaart. Een duurzamere toekomst vraagt daarom om een fundamentele herdefinitie van succes, waarbij welzijn en ecologische grenzen centraal staan.

Naast het eerder genoemde werk van Hans Stegeman, staan in dit verband nog op mijn lijst:

Nog andere literatuur die ik hier niet mag missen?

Beantwoord

Mooie reactie op LinkedIn van Hans Rutten over wat hij noemt de fix-reflex; mooie toevoeging op wat de geschiedenis leert:

Een fix-reflex: de onweerstaanbare drang om een praktisch probleem technisch op te lossen, ook als het probleem zonder de oplossing niet eens zo manifest was. Een bekend historisch voorbeeld is de “kunstmestfix”. De Duitse scheikundige Justus von Liebig (1803–1873) legde de basis voor kunstmest door te laten zien dat planten specifieke mineralen nodig hebben voor groei. Hij waarschuwde echter al snel dat grootschalig en eenzijdig gebruik de bodem zou uitputten en ecosystemen zou aantasten. Zijn waarschuwing werd genegeerd toen het Haber-Boschproces in het begin van de twintigste eeuw industriële ammoniakproductie mogelijk maakte. De opbrengsten per hectare stegen spectaculair, maar de bijwerkingen – van eutrofiëring tot verlies van biodiversiteit – bleken wereldwijd ontwrichtend (Smil, 2001; Erisman et al., 2008).

Vandaag ligt de uitdaging in het voorkomen dat AI in de energietransitie dezelfde weg gaat. Net als kunstmest belooft AI hogere efficiëntie en productiviteit, maar zonder grenzen en sturing kan de fix-reflex ertoe leiden dat de winst verdwijnt in groeiend verbruik en nieuwe afhankelijkheden.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Justus_von_Liebig

Beantwoord

Erg goede podcast vijfdelige podcastreeks van Nate Hagens en Daniel Schmachtenberger die gaat onder andere over Energy Blindness (via Jan-Henk Bouman):

https://www.thegreatsimplification.com/episode/05-daniel-schmactenberger

Een thema punt in de podcast is de energieblindheid van onze cultuur: economische groei (GDP) is wereldwijd nog altijd voor >99% gekoppeld aan energieverbruik. Efficiëntieverbeteringen leiden via de Jevons-paradox vaak tot méér energiegebruik, omdat besparingen elders in het systeem opnieuw worden ingezet voor groei. Hernieuwbare energie kan fossiele bronnen slechts deels vervangen: ze zijn minder energie-dicht, vereisen aanzienlijke fossiele inputs voor productie en onderhoud, en de variabiliteit vraagt om grootschalige opslag- en infrastructuurinvesteringen.

Luisteren!

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1271)
Contact