Nog even over Hartmut Rosa, en dan met name over zijn visie op maatschappelijke versnelling. In mijn werk komt dat thema telkens terug. Of het nu gaat om digitalisering, veranderende wetgeving of de druk op medewerkers om bij te blijven: steeds vaker krijg ik de vraag of het tegenwoordig echt allemaal zoveel sneller gaat dan vroeger. Of lijkt dat alleen maar zo, omdat we er anders mee omgaan?
Afgelopen week herlas ik Leven in tijden van versnelling (Rosa, 2016). Daarin vond ik een aantal inzichten die helpen om die vraag beter te begrijpen. De Duitse socioloog Hartmut Rosa onderzoekt al meer dan twintig jaar hoe versnelling zich manifesteert in de moderne samenleving. Zijn benadering is niet alleen historisch, maar ook sociologisch, technologisch en psychologisch van aard.
Versnelling als kenmerk van de moderniteit
Volgens Rosa is versnelling niet simpelweg een toename van snelheid, maar een structureel kenmerk van de moderniteit. Hij onderscheidt drie vormen: technische versnelling (snellere communicatie, vervoer), versnelling van sociale verandering (kortere levenscycli van instituties en rollen) en de versnelling van het levenstempo zelf. Die processen grijpen in elkaar en versterken elkaar. Rosa spreekt in dat verband van de “dynamisering van de laatmoderne samenleving” (Rosa, 2005).
Een vaak aangehaald voorbeeld is de spectaculaire toename in technische versnelling: communicatie nam toe met een factor tien miljoen, personenvervoer met een factor honderd en gegevensverwerking met een factor miljoen. Die cijfers zijn afkomstig van tijdsonderzoeker Karlheinz A. Geißler, die al in 1999 stelde dat “de versnelling van processen niet leidt tot tijdwinst, maar tot tijdsdruk” (Geißler, 1999; Rosa, 2016). Ondanks efficiëntere technologieën is het gevoel van haast en tijdgebrek alleen maar toegenomen.
Twijfel en kritiek
Toch is het idee van een almaar versnellende samenleving niet onomstreden. Critici als Richard Engelfriet en Japke-d. Bouma wijzen erop dat veel van de vermeende claims over toenemende versnelling en complexiteit voortkomen uit hypes, modewoorden en managementretoriek. Nieuwe trends worden volgens hen vaak als fundamenteel gepresenteerd, terwijl het in feite gaat om herverpakte variaties op oudere patronen. Ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wijst in meerdere rapporten op de relatieve stabiliteit van maatschappelijke ontwikkelingen: veranderingen voltrekken zich meestal geleidelijk, terwijl media ze presenteren als schoksgewijs en spectaculair.
Die spanning tussen beleving en werkelijkheid zien we ook terug in hoe mensen verandering ervaren. De industriële revolutie bracht bijvoorbeeld een radicale omwenteling teweeg: van ambacht naar fabriek, van paard naar stoom, van zonnetijd naar kloktijd. De geograaf David Harvey (1990) spreekt in dat verband over “tijd-ruimte-compressie”: technologische ontwikkelingen verkorten afstanden en versnellen interactie. Ook toen voelde men zich overrompeld door het tempo van verandering.
Van episodisch naar permanent
Volgens Rosa is er echter een structureel verschil. In de negentiende en twintigste eeuw kwam versnelling in golven, vaak gevolgd door perioden van rust of institutionele stabilisering. Nu lijkt versnelling zichzelf permanent te reproduceren. Verandering is niet langer episodisch, maar constant. Alles moet voortdurend worden geüpdatet, geoptimaliseerd, vernieuwd. Rosa stelt dat we niet leven in een veranderlijke wereld, maar in een wereld die systematisch verandert (Rosa, 2016).
Versnelling is daarmee niet langer een bijproduct van moderniteit, maar een systeemvoorwaarde. Instellingen, markten en individuen zijn structureel afhankelijk geworden van het vermogen om te versnellen. Stilstand betekent achteruitgang. Dat maakt versnelling tot een dwingende logica, geen vrijblijvende keuze.
Die structurele versnelling raakt niet alleen systemen, maar ook onze ervaring van tijd. Veel mensen voelen dat ze voortdurend achterlopen, dat het nooit genoeg is. De socioloog Manuel Castells noemt dit het tijdperk van de “tijdloze tijd”: digitale technologie doorbreekt traditionele ritmes, waardoor gebeurtenissen niet meer netjes op elkaar volgen maar gelijktijdig plaatsvinden in netwerken (Castells, 1996). De Franse denker Paul Virilio spreekt van een “dromocratie”: een samenleving waarin snelheid bepalend is voor macht. In politiek, economie en cultuur is snelheid steeds vaker de dominante factor (Virilio, 1977).
Tijdsdruk in de praktijk
Dat gevoel van tijdsdruk wordt bevestigd door empirisch onderzoek. Mensen besteden gemiddeld evenveel of zelfs méér tijd aan werkgerelateerde communicatie dan vóór de komst van e-mail, chat en smartphones. De beloofde tijdswinst wordt vrijwel direct opgeslokt door nieuwe verwachtingen, voortdurende bereikbaarheid en een almaar toenemende informatiestroom (Wajcman, 2015; Garhammer, 2002).
Conclusie
De vraag of onze tijd écht sneller is dan vroeger laat zich niet eenduidig beantwoorden. Ook eerdere tijdperken kenden perioden van versnelling. Maar volgens Rosa en anderen is er nu iets fundamenteel veranderd: versnelling is geen tijdelijk verschijnsel meer, maar een systeemconditie. Niet alleen de snelheid is toegenomen, maar ook de reikwijdte, intensiteit en onomkeerbaarheid van verandering.
Tegelijk blijft het belangrijk oog te houden voor kritische geluiden. De indruk van versnelling wordt gevoed door mediaberichtgeving, beleidsjargon en veranderretoriek, maar loopt niet altijd gelijk op met het daadwerkelijke tempo van maatschappelijke ontwikkeling. De vraag is dus niet óf het sneller gaat, maar hoe wij daar betekenis aan geven – en hoe we als samenleving omgaan met het gevoel van permanente urgentie.
Wie in deze tijd leiderschap wil tonen, moet niet alleen weten hoe snel iets gaat, maar ook kunnen onderscheiden wat daadwerkelijk verandert en wat vooral beweegt in ons hoofd. Strategisch vertragen is dan geen rem, maar een manier om richting te kiezen.
Meer lezen:
- Bouma, J.-d. (z.d.). Columns over werk en managementtrends. NRC.
- Castells, M. (1996). The Rise of the Network Society. Blackwell.
- Engelfriet, R. (z.d.). Columns over managementhypes en de mythe van versnelling.
- Garhammer, M. (2002). Pace of life and enjoyment of life. Journal of Happiness Studies, Springer, vol. 3(3), pages 217-256, September.
- Geißler, K. A. (1999). Vom Tempo der Welt. Am Ende der Uhrzeit. Freiburg: Herder.
- Harvey, D. (1990). The Condition of Postmodernity. An Enquiry into the Origins of Cultural Change. Oxford: Blackwell.
- Rosa, H. (2005). Beschleunigung: Die Veränderung der Zeitstrukturen in der Moderne. Berlin: Suhrkamp.
- Rosa, H. (2016). Leven in tijden van versnelling. Een pleidooi voor resonantie (J. Jansen, vert.). Amsterdam: Boom.
- Sociaal en Cultureel Planbureau (z.d.). Rapporten over maatschappelijke trends. Zie bijvoorbeeld: Culturele Veranderingen in Nederland (CV). Den Haag: SCP.
- Virilio, P. (1977). Speed and Politics. An Essay on Dromology. New York: Semiotext(e).
- Wajcman, J. (2015). Pressed for Time. The Acceleration of Life in Digital Capitalism. University of Chicago Press.