Lauritzen, Heidegger en The Killers over de vraag wat het betekent om mens te zijn

door Marco Derksen op 1 juli 2025

De discussie over kunstmatige intelligentie (AI) draait tegenwoordig vooral om controle, veiligheid en vooruitgang. AI-deskundigen als Sam Altman, Geoffrey Hinton en Nick Bostrom voeren het debat met waarschuwingen over superintelligente AI-systemen. Tegen die achtergrond is het goed dat filosofen zoals Pia Lauritzen een ander geluid laten horen. In een recent artikel in Forbes en een bijbehorende LinkedIn-bericht stelt zij dat de grootste bedreiging van AI niet in de technologie zelf ligt, maar in iets wat we als mensen zijn vergeten: nadenken over wat het betekent om mens te zijn.

De Deense filosofe Pia Lauritzen wijst erop dat we als mens niet alleen bestaan, maar óók in staat zijn om ons bestaan te bevragen. We kunnen nadenken over wie we zijn, waarom we hier zijn en hoe we willen leven. Dat is geen vanzelfsprekendheid, en het gebeurt zeker ook niet altijd bewust. Maar juist dát vermogen om stil te staan bij de grote vragen, maakt ons menselijk.

Volgens haar schuilt het gevaar van AI erin dat het dit soort vragen overslaat. Doordat technologie razendsnel antwoorden geeft, vergeten wij soms eerst goed te formuleren wat de vraag eigenlijk is. En als we stoppen met het stellen van fundamentele vragen, verliezen we iets wezenlijks van onze menselijkheid.

For existential philosophers, AI does not pose an existential threat to humanity because it might exterminate all humans. It poses an existential threat because it offers answers faster than humans can ask the questions that help them contemplate their existence. And when humans stop asking existential questions, they stop being human.

Dat AI ons denken beïnvloedt, is niet slechts een filosofisch idee. Onderzoek toont aan dat intensief gebruik van AI-tools zoals ChatGPT kan leiden tot ‘cognitieve luiheid’: minder kritisch nadenken, afname van creativiteit en een verzwakt geheugen. Zoals ik eerder schreef in mijn nieuwsbrief over dit onderwerp, zijn dat zorgwekkende signalen.

De kern van Lauritzens betoog is dan ook dat AI niet zozeer een gevaar vormt omdat het slimmer wordt dan wij, of omdat het kan worden misbruikt. Het echte risico is dat we vergeten wat het betekent om mens te zijn, wanneer we onszelf reduceren tot informatieverwerkers in plaats van denkende, voelende en samenlevende wezens. Ze verwijst naar filosofen als Heidegger, Sartre en Merleau-Ponty om te onderstrepen dat mens-zijn niet alleen draait om logica en kennis, maar ook om ervaring, relaties en tijd.

De Duitse filosoof Martin Heidegger waarschuwde hier al voor in 1954. Volgens hem is het gevaar van technologie niet dat zij ‘fout’ of ‘slecht’ is, maar dat zij alles (inclusief mensen), reduceert tot een soort voorraad, klaar om gebruikt te worden. Hij noemt dat Bestand, en het allesomvattende systeem waarin dat gebeurt noemt hij het Ge-stell. Techniek is in zijn ogen geen neutraal hulpmiddel, maar een manier van kijken naar de wereld die ons gedrag, denken en onze keuzes beïnvloedt.

Das Gefährlichste ist nicht die Technik. Es gibt keine Dämonie der Technik, wohl aber das Geheimnis ihres Wesens.

Wat Lauritzen daaraan toevoegt, is haar observatie dat AI niet alleen verandert hoe we leven, maar ook hoe snel we denken. Technologie geeft zo snel antwoorden dat we nauwelijks nog de tijd nemen om bij de vraag stil te staan. En juist die ‘traagheid’ maakt ons mens. Het vermogen om te twijfelen, na te denken, te voelen en daar tijd voor te nemen.

De spanning tussen mens en techniek is niet nieuw. Wat wél nieuw is, is het tempo waarin alles gebeurt. Terwijl AI steeds meer versnelt, lijken wij steeds minder tijd te nemen om te reflecteren. En dat is niet alleen een filosofisch risico, het raakt ook onze samenleving. Als we onszelf steeds afhankelijker maken van systemen die voor ons denken, verliezen we langzaam maar zeker iets van onze democratische, sociale en morele weerbaarheid.

Als we willen bepalen of AI werkelijk een bedreiging vormt, moeten we eerst helder maken wat we eigenlijk willen beschermen. En dat is volgens Lauritzen niet de technologie zelf, maar onze menselijkheid. Dat vraagt om meer ruimte voor vragen zonder directe antwoorden. In het onderwijs, de zorg, de politiek en de cultuur. We hebben filosofen nodig, aldus Lauritzen. Niet om technologie te stoppen, maar om ons eraan te herinneren dat mens-zijn begint met de vraag: waarom?

Tijdens het schrijven van deze blog moest ik denken aan het nummer Human van The Killers uit 2008. De betekenis van het lied is nooit helemaal opgehelderd, maar de centrale zin uit het refrein “Are we human or are we dancer?”, past goed bij dit thema.

Volgens zanger Brandon Flowers is de tekst geïnspireerd door een uitspraak van schrijver Hunter S. Thompson, die stelde dat we een generatie opvoeden die te bang is om af te wijken van de norm. In de context van AI rijst dan ook de vraag: kunnen we nog zelfstandig denken, voelen en handelen? Of laten we ons leiden door systemen die denken te weten wat we willen?

De kracht van het nummer Human zit wat mij betreft vooral in die vaagheid: het lied verklaart niets, maar zet je aan het denken. Zoals Heidegger stelt, is kunst bij uitstek een manier om iets te onthullen dat je nog niet zo had gezien. Iets dat buiten het functionele of technische valt. Human doet precies dat: het biedt geen pasklaar antwoord, maar een uitnodiging tot zelfonderzoek. Een artistieke herinnering dat mens-zijn niet begint bij het weten, maar bij het niet-weten en vragen. En dat we die vaardigheid moeten blijven oefenen. Juist nu.

Bronnen

1 reactie

Soms is het beste antwoord een vraag

De dichter Rainer Maria Rilke onderhield een bijzondere briefwisseling met een jonge, twijfelende en beginnende dichter. Wat hij toen aan Kappus schreef, aan het begin van de twintigste eeuw, is vandaag nog even waar:

Heb je vragen lief
Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart en probeer je vragen met liefde te bezien,
als kamers die gesloten zijn.
Of als boeken in een volslagen vreemde taal. Zoek nog niet naar antwoorden.
Die kunnen je nog niet gegeven worden,
omdat je niet in staat zou zijn ze te leven.
Het gaat erom alles ‘te leven’.
Leef nu de vragen.
Misschien zul je dan geleidelijk, zonder het te merken,
jezelf, ooit op een dag,
in het antwoord terug vinden.

Uit: Rainer Maria Rilke, Brieven aan een jonge dichter (Balans, 2009) (via: bzn.be)

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1271)
Contact