Mens blijven in tijden van versnelling: De kunst van nietsdoen

door Marco Derksen op 27 juni 2025

We leven in een tijd waarin alles sneller, slimmer en efficiënter moet. Technologie neemt steeds meer taken van ons over: van administratief werk tot het schrijven van teksten, het analyseren van gegevens en zelfs het nemen van beslissingen. Kunstmatige intelligentie belooft tijdwinst, geoptimaliseerde processen en betere prestaties. Maar terwijl we ons als samenleving richten op het steeds sneller en beter uitvoeren van wat we al doen, mis ik vaak de vraag of we nog wel de juiste dingen doen. En vooral: nemen we nog de tijd om stil te staan bij wat we eigenlijk aan het doen zijn?

Hike van Ballstad naar Nonstinden (Lofoten, Noorwegen)

De afgelopen jaren heb ik me herhaaldelijk afgevraagd hoe ik zelf ruimte houd voor voldoende reflectie. Ik wandel (bijna) dagelijks door de Arnhemse stadsparken, plan mijn agenda steeds minder vol en neem jaarlijks een langere periode vrij voor bezinning.

Op dit moment ben ik op een soort mini-sabbatical en reis ik samen met mijn vrouw enkele maanden door Noorwegen. Ik wandel dagelijks door de bergen, lees lange stukken en schrijf gedachten op die normaal blijven liggen. Om langer stil te staan bij wat ertoe doet. Om opnieuw contact te maken met datgene wat richting geeft aan mijn werk en denken. Deze blog is daar een voorbeeld van: een poging om vanuit persoonlijke ervaring en professionele reflectie te verkennen waarom niksen, lanterfanten en nietsdoen geen luxe of luiheid zijn, maar een noodzakelijke praktijk om onze menselijkheid te behouden in een digitale netwerksamenleving.

De Nederlandse term niksen is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een internationaal fenomeen. Het betekent letterlijk niets doen, zonder schuldgevoel en zonder productief doel. In tegenstelling tot rust als voorbereiding op meer werk, staat niksen op zichzelf. Vanuit psychologisch perspectief hangt niksen samen met herstel van aandacht, vermindering van stress en het ontstaan van spontane creatieve inzichten. Onderzoek, onder andere geïnspireerd op het werk van Smallwood en Schooler (2006) over mind-wandering, laat zien dat momenten van mentale leegte cruciaal zijn voor ons cognitief functioneren en bijdragen aan betere probleemoplossing en toekomstgerichte planning.

Niksen is niet alleen psychologisch gezond, maar ook sociaal en cultureel relevant. In veel westerse samenlevingen heerst een diepgeworteld arbeidsethos waarin productiviteit gelijkstaat aan waarde. We zijn gewend mensen te beoordelen op wat ze doen, niet op wie ze zijn. Niksen daagt dat uit. Het stelt dat er ook waarde zit in nietsdoen, in simpelweg zijn zonder economisch nut. Dat is een radicale gedachte in een tijd waarin algoritmes sturen op rendement en dashboards onze prestaties meten. Juist in die context is niksen een daad van menselijke autonomie.

Andere culturen kennen vergelijkbare concepten. In Italië spreekt men over il dolce far niente – het zoete nietsdoen. In China is er het taoïstische wu wei, dat zich laat vertalen als handelen door niet-handelen: meegaan met de stroom van het leven in plaats van te forceren. In Japan bestaat yutori: ruimte in tijd en geest om niet voortdurend in actie te zijn. En in Noorwegen is friluftsliv een levenswijze waarin natuur en rust centraal staan. Al deze begrippen wijzen in dezelfde richting: er bestaat een diepe menselijke behoefte aan momenten van onproductieve aanwezigheid.

Ook in het onderwijs groeit het besef dat kinderen niet gebaat zijn bij voortdurende toetsing en opgejaagde leerprogramma’s. Steeds meer pedagogen pleiten voor ruimte om te vervelen, te dwalen, te spelen zonder doel. Creativiteit en zelfreflectie ontstaan niet in volle agenda’s, maar juist in lege tussenruimtes. Ook in organisaties zien we een verschuiving. Bedrijven experimenteren met kortere werkweken, sabbaticals en vrije denktijd. Technologiebedrijf 3M voerde decennia geleden al de regel in dat medewerkers vijftien procent van hun tijd mochten besteden aan persoonlijke projecten. Uit dat ‘vrije niksen’ ontstond onder andere de Post-it. Creativiteit laat zich moeilijk forceren, maar gedijt in ongerichtheid.

Een historisch voorbeeld van de kracht van niksen en reflectie vinden we bij John D. Rockefeller, oprichter van Standard Oil en ooit de rijkste man ter wereld. Hij stond bekend om zijn stille, bijna onzichtbare leiderschapsstijl: hij sprak weinig, luisterde veel en nam bewust tijd om na te denken en te observeren. Tijdens vergaderingen leek hij soms te slapen, maar juist in die momenten van schijnbare inactiviteit vond hij de rust en het overzicht om grote beslissingen te nemen. Rockefeller geloofde dat stilte en reflectie hem hielpen kalm te blijven onder druk, betere keuzes te maken en zijn bedrijf op de lange termijn te sturen. In een tijd waarin zichtbaar hard werken als bewijs van waarde gold, liet hij zien dat juist afstand nemen en rust cultiveren een bron van kracht en innovatie kan zijn.

Rockefeller is niet het enige voorbeeld. Van oude filosofen tot moderne neurowetenschappers blijkt dat periodes van ogenschijnlijk nietsdoen cruciaal zijn voor menselijke ontwikkeling en welzijn. Friedrich Nietzsche kwam tot zijn belangrijkste inzichten tijdens wandelingen van soms wel acht uur per dag. Charles Darwin had zijn sandwalk, een grindpad bij zijn huis dat hij zijn ‘denkpad’ noemde. Hij mat de complexiteit van problemen in kiezels – bij elke ronde schopte hij een steen weg. Abraham Lincoln trok zich regelmatig terug in afzondering om emotioneel stabiel te blijven tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Ook Albert Einstein, die zichzelf omschreef als “een eenzame reiziger”, bracht bewust tijd door weg van collega’s en familie.

In de context van kunstmatige intelligentie krijgt niksen een extra lading. Terwijl machines steeds meer menselijke taken overnemen, is het verleidelijk om onszelf aan die standaarden te meten. We moeten sneller beslissen, beter presteren, permanent beschikbaar zijn. Maar als we ons volledig aanpassen aan de logica van de machine, verliezen we precies wat ons mens maakt: traagheid, twijfel en verbeeldingskracht. Niksen is dan geen tegenstelling tot de toekomst, maar een voorwaarde ervoor. Het biedt ruimte om te herijken, los te laten en opnieuw betekenis te geven aan wat we willen doen en wie we willen zijn.

Niksen is daarmee geen pleidooi voor lanterfanten om het lanterfanten. Het is een oproep tot vertraging als bewuste keuze. Het stelt ons in staat buiten de logica van optimalisatie te denken. Om ruimte te maken voor wat geen direct nut heeft, maar wél waarde. Om mens te blijven in een tijdperk dat ons dreigt te reduceren tot een dataset.

Wat vraagt dit van ons? Allereerst bewustzijn: herkennen wanneer we meegesleept worden in de versnellingslogica en erkennen dat rust geen inefficiëntie is, maar een ander soort intelligentie. Vervolgens vraagt het oefening: het cultiveren van momenten waarop niets hoeft. En tot slot vraagt het ruimte, zowel fysiek als mentaal. In onze agenda’s, organisaties, scholen en systemen. Alleen zo behouden we de menselijkheid in een wereld vol technologie: door af en toe niets te doen.

Juist daarom ben ik hier in Noorwegen. Wandelend, lezend, schrijvend. Niet om sneller of productiever terug te keren, maar om na te denken over hoe we ruimte houden voor reflectie. Want wat we in tijden van AI nodig hebben, is niet nóg een algoritme, maar momenten waarin we weer even mens kunnen zijn. Momenten van verbinding. Met onszelf, met elkaar en met de natuur, die we te vaak als achtergrond zijn gaan beschouwen.

Bronnen:

5 reacties

Profielfoto
Rim op schreef:

… blij dat ik even met jou mee mocht niksen!

Beantwoord

Beantwoord

Beantwoord

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1278)
Contact