De vierde editie van de DX300, het jaarlijkse onderzoek van MT/Sprout naar leiders en enablers in digitale transformatie in Nederland, biedt een momentopname van waar bedrijven en instellingen staan op dit vlak. Het thema dit jaar: Leading AI. Onder leiding van Henk Volberda en Niels van der Weerdt (Universiteit van Amsterdam) is het onderzoek gebaseerd op bijna 18.000 beoordelingen van 1.377 organisaties door ruim 5.800 zakelijke beslissers.
Opmerkelijk is dat Volberda het begrip ‘digitale transformatie’ zelf een slaapterm noemt. Toch vormt datzelfde begrip het fundament van de ranking. Daarmee rijst de vraag of het onderzoek daadwerkelijke transformatie meet, of vooral het imago ervan.
AI als katalysator zonder fundament
Volgens Volberda is AI inmiddels mainstream. Bedrijven investeren massaal, maar missen vaak de randvoorwaarden: een betrouwbare data-infrastructuur, een digitale strategie en een datagedreven cultuur. AI zonder data is als een auto zonder brandstof. Die spanning — tussen technologische versnelling en ontbrekende fundamenten — blijft in publieke discussies vaak onderbelicht.
De koplopers
In de lijst van ‘leaders’ staan ING, Bol, Booking.com, Albert Heijn en a.s.r. bovenaan. Financiële instellingen en digitale platformen domineren, terwijl organisaties als PostNL en KLM terrein verliezen. Onder de ‘enablers’ valt vooral de opmars van Amerikaanse techreuzen op. Amazon Web Services, Salesforce en Oracle stijgen sterk, wat de afhankelijkheid van buitenlandse infrastructuur bevestigt. In het licht van geopolitieke spanningen is dat een strategisch risico.
Non-profitsector
Hoewel publieke instellingen nauwelijks worden uitgelicht in de publicatie, zijn er wel sectorlijsten opgenomen. In de zorg voeren Amsterdam UMC, UMC Groningen en het St. Antonius Ziekenhuis de lijst aan. In het hoger onderwijs zijn TU Delft, de Universiteit van Amsterdam en HAN de koplopers. Bij de decentrale overheden scoren Utrecht, Rotterdam en Amsterdam het hoogst, gevolgd door de Provincie Zuid-Holland en Zaanstad.
Tegelijk blijven andere (semi)publieke domeinen — zoals waterschappen, de energiesector, veiligheidsregio’s en de politie — buiten beeld. Onbekend is of ze niet zijn meegenomen, of eenvoudigweg niet hoog scoren. Juist in deze sectoren zijn de maatschappelijke gevolgen van digitalisering groot, wat hun afwezigheid des te opvallender maakt.
Cijfers zonder context?
De methodologie van het onderzoek roept vragen op. De scores zijn gebaseerd op subjectieve beoordelingen door respondenten die hun eigen organisatie of bekende partijen beoordelen. Dat leidt tot reputatiebias. Bovendien worden de scores gecorrigeerd met multipliers waarvan de logica niet volledig transparant is.
Wat verder ontbreekt is een gedeelde norm. Wat verstaan we eigenlijk onder geslaagde digitale transformatie? Meer technologie? Hogere efficiëntie? Of een fundamenteel herontwerp met publieke waarden als uitgangspunt? Zolang die definitie ontbreekt, dreigt digitale transformatie te worden gereduceerd tot een technologische upgrade, waarbij de maatschappelijke en ethische dimensies buiten beeld blijven.
Volgend jaar iets meer diepgang, wellicht?