Stephen Fry, de Britse acteur, schrijver en komiek, volg ik al jaren met interesse, zeker als het gaat om zijn visie op technologie en kunstmatige intelligentie. Fry is niet alleen een begenadigd verteller en briljant denker, maar ook iemand die cultuur, geschiedenis en technologie moeiteloos weet te verbinden. Deze week zag ik hem bij Arjen Lubach in de eerste aflevering van diens nieuwe RTL-programma, en vandaag las ik het interview met hem in NRC, waarin zijn visie op AI ook weer kort aan bod kwam. Een goed moment om zijn inzichten eens samen te vatten en te reflecteren op wat hij ons probeert duidelijk te maken.
Stephen Fry’s overtuiging is dat AI geen gewone technologie is, maar existentiële technologie. In zijn woorden: “AI is not like the printing press. It doesn’t just reproduce. It decides. And that changes everything.” Waar eerdere technologieën vooral hulpmiddelen waren, betreedt AI het domein van keuzes, creatie en interpretatie – domeinen die traditioneel aan mensen waren voorbehouden.
Fry gebruikt regelmatig het beeld van de mythe van Prometheus. In die mythe steelt Prometheus het vuur – symbool voor creativiteit, bewustzijn en macht – van de goden om het aan de mensheid te schenken. In Fry’s visie is dat vuur nu AI. “We’ve created entities like humans before they got the fire,” zegt hij. “Jolly clever and sweet… but don’t give them the divine spark.” Voor hem is dat vuur niet zomaar rekenkracht, maar het vermogen om zelfstandig te denken, te voelen, te willen. En juist daar ligt het risico: niet in de capaciteiten van machines, maar in onze bereidheid om ze menselijke eigenschappen toe te kennen – en daarin onszelf te verliezen.
Zijn waarschuwingen zijn urgent en gelaagd. In zijn gesprek met Lubach beschrijft Fry AI als een tsunami die op ons afkomt terwijl we met onze rug naar de zee staan. Een beeld dat hij al eerder gebruikte, maar dat actueler is dan ooit. “We are blind to the scale of the storm,” zegt hij. In plaats van paniek pleit hij voor bewustzijn: de technologie ontwikkelt zich sluipenderwijs, maar onvermijdelijk. “When the waves of technology come, they come not in crashing tsunamis but in creeping tides.” Die storm is niet alleen AI, maar het samenspel met andere technologieën: kwantumcomputing, biotechnologie, brain-computer interfaces.
Hij benoemt drie actoren die AI sneller en effectiever zullen inzetten dan het publieke belang: staten, bedrijven en criminelen – de drie c’s: countries, corporations, criminals. Staten gebruiken AI voor macht en controle (denk aan autonome wapens of surveillance), bedrijven voor winstmaximalisatie, vaak zonder moreel kompas, en criminelen voor manipulatie, fraude en deepfakes.
Een illustratief voorbeeld komt uit zijn toespraak op het CogX Festival in 2023. Daar demonstreerde Fry hoe zijn stem met AI was nagemaakt op basis van de Harry Potter-audioboeken die hij destijds heeft ingesproken. De AI-versie van zijn stem sprak foutloos een documentairetekst uit over de Nederlandse verzetsheld George Maduro, inclusief correcte uitspraken van “Seyss-Inquart” en “Hauptsturmführer”. Fry zei daarbij: “That was not me. It was a machine.” De demonstratie is indrukwekkend, maar ook verontrustend. Wat betekent authenticiteit nog als stemmen, beelden en teksten perfect te simuleren zijn?
Fry’s visie is doordrongen van culturele en morele urgentie. AI is niet neutraal. Het draagt morele lading omdat het opereert op het niveau van besluitvorming. Daarom moeten we, stelt hij, anders nadenken over eigenaarschap, regulering en publieke waarden. In zijn lezing aan King’s College in 2024 waarschuwt hij voor het alignment-probleem: systemen die doelen nastreven, zullen vanzelf hun eigen voortbestaan als prioriteit gaan zien. “AI’s increasing capabilities at deception pose serious risks,” zegt hij daar expliciet.
Toch is Fry geen technopessimist. Hij erkent het potentieel van AI voor het oplossen van grote maatschappelijke problemen, van klimaatverandering tot gezondheidszorg. “Ironically, perhaps, it is AI — for all its threats — that will offer the best chance for a solution to itself.” Maar dan wel onder voorwaarden. Geen vrije marktlogica, maar publieke waarden. Geen laissez-faire, maar actief leiderschap. In zijn woorden: “We need regulation. Not just of tools, but of intent.” Hij prijst de Europese AI Act als een begin – niet perfect, maar wel een poging om ethiek, transparantie en toezicht in te bouwen. En hij roept op tot samenwerking tussen staten, net zoals dat destijds bij geld of nucleaire wapens ook is gelukt.
Fry wijst op het belang van verhalen – klassieke mythen, literatuur, theater – om complexe ontwikkelingen te begrijpen. “We tell stories not to entertain, but to remember who we are.” Voor hem is technologie niet alleen een kwestie van kunnen, maar van willen. Wat voor soort wereld willen we bouwen? Wat betekent het om mens te zijn? En hoe zorgen we ervoor dat we in het creëren van nieuwe vormen van intelligentie niet per ongeluk onze eigen betekenis uithollen?
Fry sloot destijds zijn lezing aan King’s College af met het Russell-Einsteinmanifest uit 1955, geschreven in het schaduwlicht van de atoombom. Hij citeert het als moreel anker in onze tijd van digitale existentie: “Remember your humanity and forget the rest.”
Dat is Fry’s kernboodschap: AI is geen technische uitdaging, maar een menselijke. De vraag is niet wat AI kan, maar wie wij willen zijn. En of we de moed hebben om onze rug naar de zee te draaien – en eindelijk te kijken.
Bronnen:
- Deze keer komt Zeus ons niet redden met een bliksemschicht, zegt Stephen Fry (NRC, maart 2025)
- Sir Stephen Fry had het 40 jaar geleden al over AI (Lubach, maart 2025)
- What Prometheus WARNS Us About Artificial Intelligence (The Chris Evans Breakfast Show, oktober 2024)
- AI: A Means to an End or a Means to Our End? (King’s College London’s Digital Futures Institute, september 2024)
- Stephen Fry on How to use AI as a force for good (CogX Festival, 2023)