De IJslandse aanpak van middelengebruik onder jongeren

door Marco Derksen op 19 oktober 2021

Midden jaren negentig waren de IJslandse tieners één van de grootste drinkers en rokers van Europa. Vandaag staat IJsland bovenaan de ranglijst van de Europese landen waar de levensstijl van tieners het gezondst is. Hoe heeft IJsland dat voor elkaar gekregen?

Het is de vraag die Ray Zijlstra enkele weken terug stelde in een bericht op LinkedIn. Het bericht kreeg ruim 10.000 reacties en bijna 500 commentaren. De complexe uitdaging en vooral de stappen die IJsland heeft genomen in de jaren negentig spreken blijkbaar velen aan. Ik herkende het IJslandse preventiemodel als één van de praktijkvoorbeelden uit het boek ‘Upstream: Problemen voorkomen voordat ze zich voordoen‘ van Dan Heath waarin hij uitlegt hoe je de juiste mensen bij elkaar brengt om een complex probleem aan te pakken:

“In 1997 werd een foto genomen in het centrum van Reykjavik. Later zou dit plaatje een symbool worden voor een nationaal probleem. Je ziet een stuk stad met een dichte massa mensen – de meeste blond, hier en daar een bruinharige. Het is zomer in IJsland. De zon neemt maar een paar uurtjes pauze per dag. Zo zijn de gezichten gemakkelijk te onderscheiden, al was de foto genomen om drie uur ’s ochtends. Nagenoeg allemaal zijn het dronken tieners.

In 1998 gaf 42 procent van de vijftien- en zestienjarige IJslanders aan de afgelopen dertig dagen weleens dronken te zijn geweest. Bijna een kwart rookte dagelijks sigaretten en 17 procent had al cannabis geprobeerd. ‘Ik herinner me dat ik een vriend hielp kotsen in een steegje,’ zegt Dagur Eggertsson, een arts die in 2014 burgemeester van Reykjavik werd. ‘Een andere vriend viel in zee. Hij balanceerde op een oliepijp in het havengebied. Dit waren normale verhalen voor jongeren die volwassen werden. Die hoorden bij het moment dat je je eerste loon kreeg van je vakantiebaantje op je veertiende.’

Dit ging verder dan normale tienerfratsen. Uit 22 Europese landen had deze IJslandse leeftijdsgroep het op één na hoogste percentage ongelukken of letsel door alcoholgebruik. Op andere verontrustende lijstjes scoorden ze ook heel hoog: het percentage dat dronken was geweest als dertienjarige of jonger en het percentage dat het afgelopen jaar tienmaal of vaker dronken was geweest. Voor IJslandse tieners was dat normaal, dit was hun wereld. Maar toen ze in de jaren negentig bijna elk jaar meer alcohol en drugs gingen gebruiken, werd een groep leiders bezorgd.

Hun ogen waren opengegaan. Ze wilden dit tienergedrag niet langer accepteren als natuurlijk of onvermijdelijk. Ze besloten upstream te gaan. Maar wat te doen? Hoe breng je de juiste mensen bij elkaar?

Bedenk dat veel upstream inspanningen een soort vrijwilligerswerk zijn. Geen verplichting, maar iets waar je voor kiest. Dit gold ook in IJsland: veel mensen en overheidsinstanties kregen te maken met alcohol- en drugsmisbruik onder tieners. Geen individu of instantie had echter de taak om dit te voorkomen (in elk geval niet in het begin). Maar velen ging het genoeg ter harte om een poging te wagen. De eerste stap was, zoals bij veel upstream inspanningen, ‘het probleem omsingelen’: een rijkgeschakeerde groep mensen en organisaties werven die zich achter een gemeenschappelijk doel zouden scharen.

In 1997 werd door een handvol mensen – voornamelijk academische onderzoekers en politici – de beweging Drug- free Iceland gelanceerd. Het campagneteam verwelkomde de medewerking van iedereen die wilde bijdragen: onderzoekers, beleidsmakers, scholen, politie, ouders, tieners, zangers/musici, NGO’S, overheidsinstanties, gemeenten, bedrijven, kerken, gezondheidscentra, sportclubs, sporters, mensen uit de media, en het staatsmonopolie voor alcohol en tabak. Dat lijkt een grote, onoverzichtelijke massa, maar de meeste IJslanders wonen in of rond de hoofdstad Reykjavik (minder dan 250.000 inwoners). Het hele land is ongeveer 2,5 keer zo groot als Nederland (met als belangrijkste verschillen: actieve vulkanen, enorme gletsjers en Björk). Ik wil maar zeggen: in IJsland kun je een paar honderd leiders uit verschillende domeinen relatief gemakkelijk bij elkaar brengen.

Deze partijen werden aangetrokken door een splinternieuwe visie op de strijd tegen drugs en alcohol. Van oudsher was het werk gericht op individuele gedragsverandering: tieners zover krijgen dat ze alcohol en drugs links laten liggen. Maar volgens de campagneleiders in IJsland deed je met die historische focus op ‘nee zeggen’ geen recht aan het grotere geheel. Stel dat drugs helemaal niet werden aangeboden? Of dat tieners een andere activiteit – voetbal, theater, wandelen – zo leuk vonden dat ze niet dronken wilden worden? Kortom: wat als juist drugs en alcohol abnormaal zouden zijn in plaats van normaal? ‘We wilden gemeenschappen veranderen om te zorgen dat het gedrag van de jeugd veranderde,’ vertelt Inga Dóra Sigfúsdóttir, sociaal wetenschapper en één van de initiatiefnemers.

Uit academisch onderzoek zijn een aantal risicofactoren naar voren gekomen voor drugs- en alcoholmisbruik onder tieners. Voor de hand liggende zijn: vrienden die drinken of roken en veel ongestructureerde tijd om rond te hangen met die vrienden – op feestjes, of op straat om drie uur ’s nachts. Er zijn ook factoren die juist beschermen tegen het risico. Dit is vooral een kwestie van betere dingen te doen hebben: sport en andere buitenschoolse activiteiten, of gewoon meer tijd met hun ouders doorbrengen. Interessant is dat de hoeveelheid tijd hierbij zwaarder weegt dan de kwaliteit; voor veel IJslandse ouders niet echt welkom nieuws, zo meldt Sigfúsdóttir. Kortom: het aantal uren dat een tiener vrij kan besteden is eindig. Dus elk braaf uur kan een ondeugend uur verdringen.

De filosofie was dan ook eenvoudig: verander de cultuur rond tieners door de risicofactoren terug te dringen en de beschermende factoren te stimuleren. De middelen van de betrokkenen – ouders, politici, sportclubleiders – verschilden, maar de deelnemers konden allemaal invloed uitoefenen op een of meer factoren.

Gemeenschappen en ouders gingen werken aan een cultuurverandering rond populaire festivals, waar veel tieners zonder toezicht rondhingen. Ze wilden gezinnen stimuleren om samen te gaan. Tieners werden geworven om scripts te maken en tvcommercials tegen drinken op te nemen.

De meeste inspanningen berustten op samenwerking van meerdere spelers. Een voorbeeld: in IJsland was allang voorgeschreven op welke tijden kinderen buiten mochten zijn, naargelang hun leeftijd. Een soort vriendelijke avondklok – je kreeg geen straf als je werd gesnapt. Vaak werd het beleid genegeerd. Al die jongeren in de straten van Reykjavik op die foto waren in overtreding.

Daarom ontvingen de ouders een brief van de burgemeester en het hoofd van politie, met het verzoek om die tijden aan te houden. Er zat een koelkastmagneet bij, met de specieke tijden waarop jongeren buiten mochten zijn.

Eerder, zo meldde Sigfúsdóttir, werd het grotendeels aan ouders overgelaten om die regel te handhaven. Daarmee werd de enkele ouder die zich wilde houden aan het beleid de boosdoener. Tieners protesteerden natuurlijk: ‘Andere ouders boeit die avondklok niet!’ Door de magneten werden de tijden ‘officiëler’. Ze werden een stuk beter nageleefd. In sommige gemeenschappen gingen ouders er ’s nachts gezamenlijk op uit om tieners naar huis te sturen.

Eén van de creatiefste aspecten van de campagne kwam voort uit onderzoek van Harvey Milkman, een Amerikaanse klinisch psycholoog gespecialiseerd in verslaving: ‘Ik ging beseffen dat mensen niet verslaafd waren aan drugs, maar aan veranderingen in de chemie van hun hersenen – een natuurlijke high.’ Oftewel: bestrijd niet het verlangen van tieners om high te worden, maar reik hun een veiliger manier aan. De campagneleiders wisten al dat kinderen een betere tijdbesteding nodig hadden – een klassieke beschermende factor. Milkmans inzicht gaf een extra nuance: niet zomaar meer activiteiten, maar activiteiten met een natuurlijke high: spellen, uitvoeringen, sporten, tentoonstellingen – activiteiten die aanzetten tot fysieke en emotionele risico’s.

Na schooltijd gaan IJslandse kinderen vaak naar clubs waar ze allerlei sporten kunnen beoefenen, zoals voetbal, golf, turnen. Veel gemeenschappen investeerden in coaching – niet langer door ouders, maar betaalde, ervaren veteranen. Deze ‘professionalisering’ was cruciaal. Verder werd er onderscheid gemaakt tussen informele en formele sport. En alleen die laatste telt. Als je basketbal gaat spelen op het pleintje in de buurt, drink je waarschijnlijk net zoveel of meer. Als je speelt in een club, is het anders. Dan ben je een verplichting aangegaan. Je zit in een team. Je sociale netwerk draait om gezonde activiteit. De gemeente Reykjavik, en later andere steden, stimuleerde deelname aan sportclubs en andere recreatieve activiteiten: elk gezin kreeg een soort cadeaubon ter waarde van honderden dollars, voor contributie of lessen.

Al die inspanningen maakten verschil. In een jaarlijkse survey, ‘Youth in Iceland’, werden de alcohol- en drugsgewoonten van de tieners in het land gemeten. Ook werden daarin de risico en beschermende factoren bijgehouden (bijvoorbeeld tijd samen met ouders) die waren benoemd door de campagne. Zo werd een soort scoreboard verkregen. En om de resultaten te evalueren, en de volgende golf te plannen, waren er vergaderingen. Steeds weer vergaderingen. Artsen schrijven recepten, mijnwerkers graven, docenten geven les en upstreamers vergaderen. Alleen al de stuurgroep kwam tijdens de eerste vijf jaar van de campagne 101 keer bij elkaar. Maar het gaat anders dan bij die saaie meetings op je werk. Upstream besprekingen kunnen stimulerend zijn: creatief, eerlijk, improviserend, met een kameraadschap die voortkomt uit een gezamenlijke strijd om iets zinvols te bereiken.

De eerste paar jaar al zat er schot in. Er werd meer deelgenomen aan formele sporten, er werd meer tijd met de ouders doorgebracht en de avondklok werd beter nageleefd. Dat succes was het emotionele rendement waardoor mensen betrokken bleven en nieuwe samenwerkende partijen werden aangetrokken. In 2018, twintig jaar nadat de campagne was begonnen, was de tienercultuur getransformeerd. Neem als voorbeeld een middelbareschoolklas met veertig leerlingen. In 1998 zouden zeventien daarvan in de afgelopen dertig dagen dronken zijn geweest; in 2018 waren dat er maar drie. En eerder zouden negen leerlingen elke dag hebben gerookt; daarna nog maar twee. Zeven zouden in 1998 cannabis hebben gerookt; in 2018 maar één. De dalende lijnen in de grafiek zijn veelzeggend:

Gek genoeg was het succes zo allesomvattend dat het niet opviel. De meeste tieners van nu beseffen de omslag niet eens. Ze zijn gewoon opgegroeid in een wereld met nauwelijks alcoholen drugsmisbruik.

De hele wereld was jaloers op die campagne. Teams in steden in andere landen – Spanje, Chili, Estland en Roemenië – namen de aanpak snel over. ‘Eén element van dit model is het belangrijkste: empowerment,’ meende Sigfúsdóttir. ‘Zo krijgen gemeenschappen, ouders en kinderen een stem. Iedere speler in het systeem krijgt een rol. Dat is volgens mij de motor erachter.’

Hoe krijg je de juiste mensen bij elkaar? Begin met het inzicht van Sigfúsdóttir: iedere speler krijgt een rol. Aangezien alles staat of valt met vrijwillige inspanning, is het handig om een brede koepel op te zetten.

Maar je bent er niet met het motto ‘hoe meer zielen hoe meer vreugd’. Bij de selectie van het kernteam moet je strategisch opereren. Om preventief in te grijpen moeten versplinterde componenten vaak op een nieuwe manier worden samengevoegd. Je moet het probleem omsingelen – allerlei mensen aantrekken zodat alle belangrijke aspecten van het probleem kunnen worden aangepakt. In IJsland werden de tieners en bijna alle belangrijke personen en instanties om hen heen erbij betrokken: ouders, docenten, coaches en dergelijke. Die konden ieder een cruciale bijdrage leveren. Downstream maatregelen zijn vaak veel smaller. Denk aan het Expedia-voorbeeld, een ander voorbeeld uit het boek: een supporttelefoontje werd afgehandeld door één callcentermedewerker. Om te zorgen dat de klant helemaal niet hoefde te bellen, moest een team worden geformeerd uit diverse disciplines. Zodra je het probleem hebt omsingeld, moet je de inspanningen van al die mensen organiseren. Ook heb je een meeslepend gemeenschappelijk doel nodig, zodat ze zich blijven inzetten.”

Een recente evaluatie van de IJslandse methode werd gegeven tijdens het jaarlijkse Planet Youth-congres dat dit jaar online werd georganiseerd en waar Alfgeir Logi Kristjansson de evaluatie presenteerde:

Ook in Nederland wordt er gekeken naar het IJslandse preventiemodel door oa Trimbos:

En voor geinteresseerden, blijf vooral Planet Youth volgen!

2 reacties

Beantwoord

Profielfoto
Martijn op schreef:

Wat een intrigerend verhaal zeg! Ik ga het verspreiden.

Beantwoord

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (758)
Contact