Hoe leiden we jongeren op voor (nog) niet-bestaande beroepen?

Naar schatting 65% van de basisschoolleerlingen van vandaag zullen later gaan werken in beroepen die nu nog niet bestaan. Tegelijkertijd leiden we nu duizenden leerlingen op voor banen die in de nabije toekomst zullen verdwijnen door automatisering. Wat moeten onderwijsinstellingen doen om het onderwijs aan jongeren toekomstbestendig te maken? Dat is de centrale vraag van een onderzoek van prof. dr. Paul A. Kirschner, hoogleraar Onderwijspsychologie bij de Open Universiteit. Zijn laatste bevindingen zijn te lezen in het rapport ‘Voorbereiden op niet-bestaande banen‘ (pdf) dat afgelopen maand is gepubliceerd.

Waaraan zou het onderwijs moeten werken?
Kirschner vroeg een groep experts, bestaande uit onderzoekers, personeelsmanagers, onderwijsmanagers en onderwijsgevenden, waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De ideeën die dat opleverde, liet hij vervolgens scoren op het belang en de haalbaarheid ervan. Daaruit blijkt dat veranderingen die als zeer belangrijk worden beschouwd, lang niet altijd makkelijk te bereiken zijn. Het meest belangrijk vinden de experts ruimte voor reflectie, het stellen en bereiken van persoonlijke doelen, leren in levensechte situaties en kritisch denken. En de typische 21e-eeuwse vaardigheden, zoals informatievaardigheden, waar iedereen het over heeft? Die hebben volgens de experts helemaal niet zo’n hoge prioriteit, maar het zijn wel zaken die eenvoudig bereikt kunnen worden. Wat wel zeer belangrijk werd gevonden is een degelijk kennis- en vaardigheidsbasis!

Drietrapsraket
Om de impasse te doorbreken adviseert Kirschner om bij het uitzetten van onderwijsbeleid te komen tot een drietrapsprocedure:

  1. De eerste trap is het leggen van een kennisfundament waarmee leerlingen goed kunnen functioneren in het vervolgonderwijs en in hun toekomstige loopbaan.
  2. De tweede trap is ervoor zorgen dat leerlingen ruimte krijgen om het geleerde toe te passen bij het oplossen van nieuwe en concrete vragen en problemen, zodat zij zien dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben. De competenties die ze daarvoor nodig hebben zijn kennis toepassen in uiteenlopende situaties, problemen oplossen en samenwerken.
  3. De derde trap is het ontwikkelen van hogere-orde denkvaardigheden zoals metacognitie en reflectie. Dat zijn de vaardigheden die aan de basis liggen van een leven lang leren en kritisch denken.

Initiatief bij de scholen
De gedachte achter het drietrapsmodel is dat de eerste en de tweede trap de basis leggen voor de verdere ontwikkeling in de toekomst. Kirschner: “Scholen en docenten moeten zelf bepalen waar ze de prioriteit leggen in de ontwikkeling van hun onderwijs. Scholen die aan de eerste twee trappen kunnen voldoen, zijn eerder toe aan de derde trap dan scholen die nog worstelen met het aanleveren van basiskennis en basisvaardigheden.” Kirschner legt hiermee het initiatief bij de scholen en de onderwijsprofessionals. Het is aan hen om met een gerichte aanpak steeds een nieuwe uitdagende ambitie neer te zetten met duidelijke en haalbare doelen.

Bronnen:

Geef een reactie